Circulaire (getypt)
Origineel
Circulaire (getypt) 28 mei 1943 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale -3-
Circ. No. 55/'43 dd. 28 Mei 1943.
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
ASPERGES.
Wanneer van de sorteeringen IA, IB, IIA, IIB, IIIA en IIIB tezamen de aanvoer meer bedraagt dan 500 kg., moet tegen de vastgestelde prijzen 60 % beschikbaar worden gesteld voor de diepvriesinrichtingen. De toewijzingen aan deze industrie moeten in overleg met onze Centrale (afdeeling Conserveering) geschieden.
De overige 40 % van genoemde sorteeringen alsmede de sorteeringen IV en V zijn bestemd voor de versche binnenlandsche consumptie. Verkoopen aan de Weermacht op Wehrmachtbezugscheine komen ten laste van het kwantum, dat aan de diepvriesinrichtingen ter beschikking wordt gesteld.
Asperges van meer dan 55 stuks per kg., waarvan de doorsnede 1 cm. of meer bedraagt, dienen onder sorteering IV te worden gerangschikt. Bedraagt de doorsnede minder dan 1 cm., dan moeten deze worden geveild voor 80 % van den voor sorteering IV vastgestelden prijs.
PEULEN.
De steel der peulen mag ten hoogste 5 á 6 cm. bedragen. Peulen met langere steel dienen als afwijkend te worden geveild.
KRUISBESSEN.
Het plukken en veilen van kruisbessen is tot nader order verboden.
BOSPEEN.
Elke bos dient tenminste 0.4 kg. afgebroken peen en 20 stuks te bevatten. Peentjes, waarvan de doorsnede, aan den bovenkant gemeten, minder dan 1 cm. bedraagt, mogen niet voorkomen.
KERSEN.
Voor de kwaliteitseischen en groepenindeeling van dit product verwijzen wij U naar bijlage III van circulaire no. G 80/'43 dd. 24 Mei 1943. Wij merken hierbij nog op, dat groep III aangevuld dient te worden met Variksche Zwarte.
RABARBER.
Deze moet voor export worden aangevoerd als volgt:
Paragon in bossen van 2½ of 5 kg., andere soorten in bossen van 5 of 10 kg. Iedere bos moet het voorgeschreven gewicht hebben. Rabarber langer dan 60 cm. moet met twee banden aan boven- en onderzijde gebonden worden.
Wij wijzen er uitdrukkelijk op, dat aan alle rabarber ten hoogste 5 cm. blad mag blijven. Rabarber met langer of niet afgesneden blad mag niet worden geveild, maar moet op kosten van den aanvoerder, eerst van het overtollige blad worden ontdaan.
VROEGE AARDAPPELEN.
Het rooien van vroege aardappelen, uitgezonderd de kasaardappelen, is tot nader order verboden.
EXPORTVERPAKKING TOMATEN.
Indien de tomaten door de telers in exportverpakking worden aangevoerd, dan mag hiervoor f. 0,42 per pootjesbak van 12½ kg. netto in rekening worden gebracht.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
(handtekening/paraaf) Dit document is een ambtelijke circulaire uit de Tweede Wereldoorlog, opgesteld in een zakelijke en dwingende toon. Het geeft gedetailleerde instructies over de sortering, verpakking en distributie van landbouwproducten. Opvallend is de strikte reglementering: alles wordt bepaald, van de lengte van de steel van een peul tot de diameter van een bospeen.
De tekst weerspiegelt de schaarste en de strakke organisatie van de voedselvoorziening tijdens de bezetting. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen producten voor de export, voor de "diepvriesinrichtingen" (conserveerindustrie) en voor binnenlands gebruik. Een cruciaal detail is de vermelding dat leveringen aan de Duitse Weermacht (via Wehrmachtbezugscheine) voorrang hebben of ten laste komen van de industriële quota. De bureaucratische taal verhult de bittere realiteit dat een groot deel van de Nederlandse oogst direct naar de bezetter ging. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) stond de landbouw onder strikte controle van de bezetter en de Nederlandse collaborerende instanties. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was het uitvoerende orgaan dat de productie en handel reguleerde.
In 1943 was de voedseldistributie volledig gecentraliseerd. De bezetter had de Nederlandse landbouw omgevormd tot een hulpbron voor de Duitse oorlogsmachine. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met steeds strengere rantsoenering, werden enorme hoeveelheden voedsel naar Duitsland geëxporteerd of aan de in Nederland gestationeerde Wehrmacht geleverd.
De instructies in dit document, zoals het verbod op het rooien van vroege aardappelen of het plukken van kruisbessen, waren bedoeld om de grip op de voorraden te behouden en illegale handel (de 'zwarte markt') tegen te gaan. De genoemde "diepvriesinrichtingen" waren destijds moderne faciliteiten die essentieel waren voor het langdurig houdbaar maken van voedsel voor militaire doeleinden. De 'Variksche Zwarte' is een specifiek kersenras uit de Betuwe, wat de regionale focus van bepaalde regels benadrukt.