Officiële circulaire (omzendbrief), pagina 3.
Origineel
Officiële circulaire (omzendbrief), pagina 3. 4 juni 1943. -3- Circ.No.56/'43 dd. 4 Juni 1943.
VERDEELING VAN DEN AANVOER.
| Export | Industrie | Binnenland Versch | |
|---|---|---|---|
| Raapstelen, komkommers en koolrabi | 70 % | .. | 30 % |
| kropsla | 60 % | .. | 40 % |
| radijs, bloemkool, rabarber, bospeen, tomaten en spitskool | 50 % | .. | 50 % |
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
ASPERGES.
Wanneer van de sorteeringen IA, IB, IIA, IIB, IIIA en III B tezamen de aanvoer meer bedraagt dan 500 kg., moet tegen de vastgestelde prijzen 60 % beschikbaar worden gesteld voor de diepvriesinrichtingen. De toewijzingen aan deze industrie moeten in overleg met onze Centrale (afdeeling Conserveering) geschieden.
De overige 40 % van genoemde sorteeringen alsmede de sorteeringen IV en V zijn bestemd voor de versche binnenlandsche consumptie.
Verkoopen aan de Weermacht op Wehrmachtbezugscheine komen ten laste van het kwantum, dat aan de diepvriesinrichtingen ter beschikking wordt gesteld.
Asperges van meer dan 55 stuks per kg., waarvan de doorsnede 1 cm. of meer bedraagt, dienen onder sorteering IV te worden gerangschikt. Bedraagt de doorsnede minder dan 1 cm., dan moeten deze worden geveild voor 80 % van den voor sorteering IV vastgestelden prijs.
PEULEN.
De steel der peulen mag ten hoogste 5 à 6 cm. bedragen. Peulen met langeren steel dienen als afwijkend te worden geveild.
KRUISBESSEN.
Voor de regeling ten aanzien van dit product verwijzen wij U naar onze circulaire no. G 84 van 1 Juni jl.
BOSPEEN.
Elke bos dient tenminste 0.4 kg. afgebroken peen en 20 stuks te bevatten. Peentjes, waarvan de doorsnede, aan den bovenkant gemeten, minder dan 1 cm bedraagt, mogen niet voorkomen.
KERSEN.
Voor de kwaliteitseischen en groepenindeeling van dit product verwijzen wij U naar bijlage III van circulaire No. G 80/'43 dd. 24 Mei 1943. Wij merken hierbij nog op, dat groep III aangevuld dient te worden met Variksche Zwarte.
RABARBER.
Wij wijzen erop, dat aan alle rabarber ten hoogste 5 cm. blad mag blijven. Rabarber met langer of niet afgesneden blad mag niet worden geveild, maar moet op kosten van den aanvoerder, eerst van het overtollige blad worden ontdaan.
VROEGE AARDAPPELEN.
Het rooien van vroege aardappelen, uitgezonderd de kasaardappelen, is tot nader order verboden.
EXPORTVERPAKKING TOMATEN.
Indien de tomaten door de telers in exportverpakking worden aangevoerd, dan mag hiervoor f. 0.42 per pootjesbak van 12½ kg. netto in rekening worden gebracht.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -
[handtekening] * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl met de toen geldende spelling (bijv. "verdeeling", "den", "kwantum", "bijlage").
* Inhoud: De tekst bevat strikte regels voor de sortering, prijsbepaling, verpakking en distributie van diverse landbouwproducten. Er wordt een scherpe verdeling gemaakt tussen export (waarschijnlijk grotendeels naar Duitsland), de industrie (zoals diepvriesinrichtingen) en de binnenlandse markt.
* Controle: Er spreekt een grote mate van centrale controle uit de tekst. Er zijn zeer specifieke technische eisen (bijv. de lengte van de steel van peulen of het aantal peentjes in een bos).
* Economische aspecten: Het document vermeldt prijzen (zoals f. 0.42 voor een pootjesbak tomaten) en quota (percentages). * Historische periode: Juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Voedselvoorziening: De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele productie en distributie van tuinbouwproducten beheerde. Dit systeem was noodzakelijk voor de Duitse oorlogseconomie om producten naar Duitsland af te voeren ("export") en om de Duitse Wehrmacht te bevoorraden.
* Rantsoenering en Schaarste: De vermelding van "Wehrmachtbezugscheine" (Duitse leger-tegoedbonnen) onderstreept de prioriteit die de bezettingsmacht had boven de burgerbevolking. Terwijl de burgerbevolking te maken had met toenemende schaarste, werd een groot deel van de Nederlandse oogst (50% tot 70% volgens de tabel) geclaimd voor export.
* Verbod op rooien: Het verbod op het rooien van vroege aardappelen wijst op de angst van de overheid voor ongecontroleerde handel of 'zwarthandel' buiten het officiële distributiesysteem om.