Officiële circulaire (No. 58/'43).
Origineel
Officiële circulaire (No. 58/'43). 11 juni 1943. -3- · Circ.No.58/'43 dd. 11 Juni 1943.
VERDEELING VAN DEN AANVOER.
| Export | Industrie | Binnenland | |
|---|---|---|---|
| Versch | |||
| komkommers en koolrabi | 70 % | — | 30 % |
| kropsla | 60 % | — | 40 % |
| radijs,bloemkool,rabarber, | |||
| bospeen,tomaten en spitskool | 50 % | — | 50 % |
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de Keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
ASPERGES.
Wanneer van de sorteeringen IA,IB,IIA,IIB,IIIA en IIIB tezamen de aanvoer meer bedraagt dan 500 kg., moet tegen de vastgestelde prijzen 60 % beschikbaar worden gesteld voor de diepvriesinrichtingen. De toewijzingen aan deze industrie moeten in overleg met onze Centrale (afdeeling Conserveering) geschieden.
De overige 40 % van genoemde sorteeringen alsmede de sorteeringen IV en V zijn bestemd voor de versche binnenlandsche consumptie.
Verkoopen aan de Weermacht op Wehrmachtbezugscheine komen ten laste van het kwantum, dat aan de diepvriesinrichtingen ter beschikking wordt gesteld.
Asperges van meer dan 55 stuks per kg., waarvan de doorsnede 1 cm. of meer bedraagt, dienen onder sorteering IV te worden gerangschikt. Bedraagt de doorsnede minder dan 1 cm., dan moeten deze worden geveild voor 80 % van den voor sorteering IV vastgestelden prijs.
PEULEN.
De steel der peulen mag ten hoogste 5 à 6 cm. bedragen. Peulen met langeren steel dienen als afwijkend te worden geveild.
KRUISBESSEN.
Voor de regeling ten aanzien van dit product verwijzen wij U naar onze circulaires No.G 84 en G 86 resp. van 1 en 7 Juni jl.
BOSPEEN.
Elke bos dient tenminste 0.5 kg. afgebroken peen te bevatten. Peentjes, waarvan de doorsnede, aan den bovenkant gemeten, minder dan 1 cm. bedraagt, mogen niet voorkomen.
KERSEN.
Voor de kwaliteitseischen en groepenindeeling van dit product verwijzen wij U naar bijlage III van circulaire No. G 80/'43 dd. 24 Mei 1943. Wij merken hierbij nog op, dat groep III aangevuld dient te worden met Variksche Zwarte.
RABARBER.
Wij wijzen erop, dat aan alle rabarber ten hoogste 5 cm. blad mag blijven. Rabarber met langer of niet afgesneden blad mag niet worden geveild, maar moet op kosten van den aanvoerder, eerst van het overtollige blad worden ontdaan.
VROEGE AARDAPPELEN.
Het rooien van vroege aardappelen, uitgezonderd de kas-aardappelen, is tot nader order verboden.
EXPORTVERPAKKING TOMATEN.
Indien de tomaten door de telers in exportverpakking worden aangevoerd, dan mag hiervoor f.0.42 per pootjesbak van 12½ kg. netto in rekening worden gebracht.
AARDBEIEN EN KERSEN VOOR CONSERVENINDUSTRIE.
Ten aanzien van de prijzen en regeling voor de conservenindustrie van bovenstaande producten, zullen U zeer binnenkort nadere instructies bereiken.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -
(handgeschreven paraaf) * Distributiesysteem: Het document toont een strak geleid economisch systeem waarbij de overheid (via de Centrale) bepaalt welk percentage van de oogst voor de export (grotendeels naar Duitsland) en welk deel voor de binnenlandse markt bestemd is.
* Prioriteit bij Export: Opvallend is dat bij komkommers en koolrabi maar liefst 70% direct voor export bestemd is. Ook de bepaling dat binnenlandse overschotten alsnog geëxporteerd moeten worden als de prijs binnenlands te laag is, duidt op een sterke focus op de exportwaarde.
* Kwaliteitscontrole: Er worden zeer specifieke eisen gesteld aan de producten (steellengte van peulen, dikte van bospeen, gewicht per bos, bladlengte bij rabarber). Dit diende om standaardisatie voor transport en verwerking te vergemakkelijken.
* Sperperiodes: Het verbod op het rooien van vroege aardappelen is een typische maatregel om voortijdige (vaak zwarte) handel te voorkomen en de voedselvoorziening te beheersen.
* Logistiek: De vermelding van de "pootjesbak" van 12,5 kg voor tomaten geeft inzicht in de toenmalige standaardverpakkingen in de tuinbouw. Dit document stamt uit juni 1943, een periode waarin de Nederlandse landbouw volledig in dienst stond van de Duitse oorlogseconomie. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de veilingen en de distributie.
De term "Export" in dit document is nagenoeg synoniem aan leveringen naar nazi-Duitsland. De leveringen aan de "Weermacht" (het Duitse leger) worden apart genoemd; zij kregen voorrang bij de toewijzing van producten bestemd voor de conserven- en diepvriesindustrie. De schaarste in Nederland werd in deze jaren steeds nijpender, mede doordat zulke hoge percentages van de eigen productie (zoals hier zichtbaar: 50% tot 70%) het land uitgingen. De "Wehrmachtbezugscheine" waren speciale aankoopbonnen die door de Duitse bezettingsmacht werden gebruikt om goederen buiten de reguliere rantsoenering om op te eisen.