Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 431
Dossier 2C
Jaar 1943
Stadsarchief

Officiële circulaire (nr. 66/'43).

16 juli 1943. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.

Origineel

Officiële circulaire (nr. 66/'43). 16 juli 1943. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Circ.No.66/'43 dd. 16 Juli 1943.

BREEKPEEN.
Het rooien en veilen van breekpeen is voor de provincie Zeeland en voor de Zuid-Hollandsche Eilanden tot nader order verboden.

APPELEN, PEREN EN PRUIMEN.
Voor de pachtregeling, de definitieve kwaliteitsvoorschriften en groepindeeling, alsmede de prijzen dezer producten, verwijzen wij U naar een circulaire, welke binnen korten tijd zal verschijnen.

PEREN.
Alle peren, die voldoen aan de onder klasse B. gestelde kwaliteitseischen, met een maat van 35 mm. en op, mogen tot nader order voor consumptie worden geveild tegen een prijs van 10 cent per kg.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening/Paraaf]
[Handtekening/Paraaf] Het document is een administratief besluit dat direct ingrijpt in de agrarische sector tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste punten zijn:

  1. Verbod op oogst en handel: Er wordt een onmiddellijk verbod ingesteld op het rooien en veilen van breekpeen in specifieke kustgebieden (Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden). Dit duidt op een centrale sturing van de voedselvoorraad.
  2. Aankondiging van nadere regelgeving: Voor de belangrijke fruitgroepen (appels, peren, pruimen) wordt verwezen naar een toekomstige circulaire. Dit toont aan dat de markt op dat moment in hoge mate gereguleerd was wat betreft pacht, kwaliteit en prijs.
  3. Specifieke prijsvaststelling: Voor kleinere peren (klasse B, vanaf 35 mm) wordt een vaste consumptieprijs van 10 cent per kilogram vastgesteld. Door minimumeisen en prijzen centraal te bepalen, probeerde de bezetter de markt te beheersen en zwarte handel tegen te gaan. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een uitvoeringsorgaan dat onderdeel uitmaakte van de 'ordening' van de landbouw.

Tijdens de oorlogsjaren werd de gehele voedselvoorziening strikt gecontroleerd door de overheid (onder toezicht van de bezetter) om de distributie naar zowel de Nederlandse bevolking als de Duitse Wehrmacht te garanderen. Het feit dat Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden specifiek worden genoemd bij het verbod op breekpeen, kan te maken hebben met de strategische ligging van deze gebieden in de Atlantikwall, waardoor transport en arbeid daar extra onder toezicht stonden.

Dergelijke circulaires waren essentieel voor veilinghouders, handelaren en boeren om te weten wat de legale kaders waren voor hun bedrijfsvoering in een tijd van schaarste en rantsoenering.

Samenvatting

Het document is een administratief besluit dat direct ingrijpt in de agrarische sector tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste punten zijn:

  1. Verbod op oogst en handel: Er wordt een onmiddellijk verbod ingesteld op het rooien en veilen van breekpeen in specifieke kustgebieden (Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden). Dit duidt op een centrale sturing van de voedselvoorraad.
  2. Aankondiging van nadere regelgeving: Voor de belangrijke fruitgroepen (appels, peren, pruimen) wordt verwezen naar een toekomstige circulaire. Dit toont aan dat de markt op dat moment in hoge mate gereguleerd was wat betreft pacht, kwaliteit en prijs.
  3. Specifieke prijsvaststelling: Voor kleinere peren (klasse B, vanaf 35 mm) wordt een vaste consumptieprijs van 10 cent per kilogram vastgesteld. Door minimumeisen en prijzen centraal te bepalen, probeerde de bezetter de markt te beheersen en zwarte handel tegen te gaan.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een uitvoeringsorgaan dat onderdeel uitmaakte van de 'ordening' van de landbouw.

Tijdens de oorlogsjaren werd de gehele voedselvoorziening strikt gecontroleerd door de overheid (onder toezicht van de bezetter) om de distributie naar zowel de Nederlandse bevolking als de Duitse Wehrmacht te garanderen. Het feit dat Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden specifiek worden genoemd bij het verbod op breekpeen, kan te maken hebben met de strategische ligging van deze gebieden in de Atlantikwall, waardoor transport en arbeid daar extra onder toezicht stonden.

Dergelijke circulaires waren essentieel voor veilinghouders, handelaren en boeren om te weten wat de legale kaders waren voor hun bedrijfsvoering in een tijd van schaarste en rantsoenering.

Kooplieden in dit dossier 100

A + B en Veldsla Waterlooplein 40 %
A. Geboorte Waterlooplein 40
A. en B., kropsla en spinazie Waterlooplein 40 %
Allington Pippin Waterlooplein 50
Ananas Reinette Waterlooplein 40
L. Blitz Waterlooplein 25
alias "Joost"). Waterlooplein
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel Waterlooplein 50%
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel en III en IV stippel Waterlooplein -
Augurken I, II, III & IV, " I, II, III & IV stippel Waterlooplein
I.J. Velleman Waterlooplein " 2.40
R. Bath Waterlooplein 45
Bellefleur Brabantsche Waterlooplein 45
Bellefleur Engelsche (Koningszuur) Waterlooplein 47
Bellefleur Limburgsche Waterlooplein 47
Belle Lucrative (Seigneur d'Esperen) Waterlooplein 40
Beucke's Butterbirne (Beurré Beucke) Waterlooplein 40
Lucas Caransa Waterlooplein 50
Beurré Clairgeau Waterlooplein 45
Beurré d'Amanlis Waterlooplein 47
T. Diels Waterlooplein 47
Beurré Dilly Waterlooplein 43
Beurré Durondeau (Beurré de Tongres) Waterlooplein 45
Beurré Hardy Waterlooplein 45
Beurré Lebrun Waterlooplein 45
Beurré Superfin Waterlooplein 47
B. Blijham Waterlooplein 42
Bezy de Chaumontel Waterlooplein 40
Bezy von Schonauwen (Vijgenpeer) Waterlooplein 40
Bieten (gekookt) Waterlooplein 87. :
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1