Circulaire (Nr. 71/'43)
Origineel
Circulaire (Nr. 71/'43) 6 augustus 1943 Nederlandsche Groenten- & Fruitcentrale (NGF) Circ.no. 71/'43 dd. 6 Augustus 1943.
VERDEELING VAN DEN AANVOER
| Product | Export | Binnenland Industrie | Binnenland Versch |
|---|---|---|---|
| Komkommers en Koolrabi | 70% | - | 30% |
| Kropsla | 60% | - | 40% |
| Tomaten | 60% | 10% | 30% |
| Bloemkool, peen zonder lof II, spits-kool, meloenen, peren, roode- en witte-kool, stamboonen z.draad, druiven (Alicante) | 50% | - | 50% |
| Augurken I, II, III, IV, I en II stippel | 50% | - | 50% |
| en III en IV stippel | 50% | 50% | - |
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
Kwaliteitseischen.
Producten, die door de aanvoerders onvoldoende zijn verzorgd en daardoor niet aan de gestelde kwaliteitseischen voldoen, mogen niet als "afwijkend" worden geveild, maar moeten op kosten van den aanvoerder in orde worden gemaakt.
Bospeen.
Voor bospeen komt alleen nog maar in aanmerking de "Amsterdamsche bak" en "Nantes". Elke bos dient tenminste 25 stuks en 0.6 kg. afgebroken peen te bevatten. Peentjes waarvan de doorsnede, aan den bovenkant gemeten, minder dan 1 cm. bedraagt, mogen niet voorkomen. Ongewasschen bospeen dient als afwijkend te worden geveild.
Peen zonder lof.
In sorteering I (beneden 50 gram per stuk) mogen exemplaren, waarvan de doorsnede, aan den bovenkant gemeten, minder dan 1 cm. bedraagt, niet voorkomen. Voor peen zonder lof II is de sorteering per stuk 50 gram en hooger. Deze sorteering dient ongewasschen te worden aangevoerd.
Augurken.
De voor het binnenland bestemde augurken dienen ter beschikking van de verwerkende industrie te worden gesteld en mogen derhalve niet aan den handel worden afgegeven.
U gelieve deze aan te melden bij den Heer v.d. Vijver te Rijnsburg. De sorteering V is hiervan uitgezonderd en dient voor 100% voor versche binnenlandsche consumptie te worden geleverd.
Zaaiuien.
Het oogsten en veilen van alle zaaiuien, waaronder ook te verstaan gezaaide pootuien, is tot nader order verboden. De aanvoer van bosuien of uien met lof, alsmede van bossjalotten is eveneens verboden.
Breekpeen.
Het rooien en veilen van breekpeen is voor de provincie Zeeland en voor de Zuid-Hollandsche Eilanden tot nader order verboden.
Koolrabi.
Koolrabi beneden 7 cm. ø mag niet meer ter veiling worden aangevoerd.
Appelen, Peren en Pruimen.
Voor de pachtregeling, de definitieve kwaliteitsvoorschriften en groepindeeling, alsmede de prijzen dezer producten, verwijzen wij U naar onze circulaires No. G.118 en G.123 resp. van 17 en 21 Juli j.l.
Val-Appelen.
Valappelen dienen ook ter beschikking van de industrie te worden gesteld en moeten worden gemeld bij den fabrikantleider op Uw veiling.
Peren.
Alle peren, die voldoen aan de onder klasse B. gestelde kwaliteitseischen, met een maat van 35 mm. en op, mogen tot nader order voor consumptie worden geveild tegen een prijs van 10 cent per kg.
Tomaten
10% van den aanvoer der sorteering I, II, III & IV, alsmede alle bonken en kriel, dienen ter beschikking van de conservenindustrie te worden gesteld. Voor de nadere instructies hieromtrent verwijzen wij U naar onze afzonderlijke circulaire.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- & FRUITCENTRALE:
(Getekend/Geparafeerd) Dit document is een administratieve instructie die de totale controle over de Nederlandse landbouwproductie tijdens de Tweede Wereldoorlog illustreert. Enkele kernpunten:
- Exportgerichtheid: De tabel toont aan dat een zeer groot deel van de productie (50% tot 70%) gereserveerd was voor de export. In de context van 1943 betekende dit vrijwel uitsluitend export naar Nazi-Duitsland.
- Strikte Regulering: Er wordt tot op de millimeter en het gram nauwkeurig voorgeschreven waaraan producten moeten voldoen (bijv. de diameter van koolrabi en de dikte van bospeen). Dit diende om verspilling tegen te gaan en de standaardisatie voor de Duitse afzetmarkt te waarborgen.
- Oogstverboden: Het verbod op het rooien van zaaiuien en breekpeen wijst op centraal gestuurde schaarste of het strategisch achterhouden van voorraden voor een later moment.
- Industriële prioritering: Veel producten (zoals augurken en val-appelen) mochten niet naar de vrije handel (voor de burger), maar moesten direct naar de industrie (voor conserven, vaak bestemd voor de Wehrmacht). De Nederlandsche Groenten- & Fruitcentrale (NGF) werd tijdens de bezetting door de Duitsers opgericht (als onderdeel van de koepelorganisatie 'Landstand') om de volledige regie over de voedselvoorziening te verkrijgen. In 1943 was de voedselsituatie in Nederland al gespannen. De bezetter eiste een groot deel van de oogst op voor de eigen bevolking en het leger in het oosten.
Circulaires zoals deze werden verstuurd naar veilingen en handelaren om de distributie te dicteren. Het document ademt de sfeer van de 'ordening' van de markt: alles werd geregistreerd, gekeurd en volgens strikte quota verdeeld. De vermelding van "de bevoorrading voor de keukens" (centrale keukens/gaarkeukens) onderstreept dat de directe verkoop aan consumenten via winkels steeds beperkter werd.