Officiële circulaire (pagina 4).
Origineel
Officiële circulaire (pagina 4). 13 augustus 1943. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Circ.no. 73/'43 dd. 13 Aug. '43. -4-
kartonnen pootjesbakken.
Veilingen, die tomaten in exportfust doen aanvoeren, gelieven
hiermede rekening te houden.
Pronkboonen.
Bonte pronkboonen mogen niet voor versche consumptie worden ge-
veild.
Appelen, Peren en Pruimen.
Voor de pachtregeling, de definitieve kwaliteitsvoorschriften
en groepindeeling, alsmede de prijzen dezer producten, verwijzen wij U
naar onze circulaires No. G.118 en G.123 resp. van 17 en 21 Juli j.l.
Val-Appelen.
Valappelen dienen ook ter beschikking van de industrie te worden
gesteld en moeten worden gemeld bij den fabrikantleider op Uw veiling.
Peren.
Alle peren, die voldoen aan de onder klasse B. gestelde kwali-
teitseischen, met een maat van 35 mm. en op, mogen tot nader order voor
consumptie worden geveild tegen een prijs van 10 cent per kg.
Tomaten.
10% van den aanvoer der sorteering I, II, III & IV, alsmede alle
bonken en kriel, dienen ter beschikking van de conservenindustrie te
worden gesteld. Voor de nadere instructies hieromtrent verwijzen wij U
naar onze afzonderlijke circulaire.
NEDERLANDSCHE GROENTEN-EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening] * **Regulering:** Het document getuigt van een strikt gereguleerde markt. Er worden specifieke eisen gesteld aan welke producten voor verse consumptie bestemd zijn en welke naar de industrie (bijv. conserven) moeten.
- Prijsbeheersing: Voor bepaalde klassen peren wordt een vaste prijs van 10 cent per kg gedicteerd.
- Industriële prioriteit: Een aanzienlijk deel van de oogst (zoals 10% van de beste tomaten en alle 'bonken en kriel') wordt gereserveerd voor de conservenindustrie, wat wijst op het belang van houdbaar voedsel voor de voedselvoorziening of oorlogvoering.
- Administratieve structuur: De aanwezigheid van een 'fabrikantleider' op de veilingen toont de directe controle van de verwerkende industrie op de aanvoerlijnen. Dit document stamt uit augustus 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een door de Duitse bezetter ingestelde organisatie die de volledige controle had over de productie, prijsvorming en distributie van tuinbouwproducten in Nederland.
Dergelijke circulaires waren essentieel voor het handhaven van de distributiepolitiek. De maatregelen waren vaak bedoeld om voldoende voedselstromen te garanderen voor zowel de Nederlandse bevolking (op rantsoen) als voor export naar Duitsland. De schaarste aan grondstoffen (zoals hout voor fust, vandaar de vermelding van 'kartonnen pootjesbakken') en de noodzaak om voorraden aan te leggen via de conservenindustrie zijn kenmerkend voor deze periode van de bezettingseconomie.