Dienstbrief / Circulaire
Origineel
Dienstbrief / Circulaire 11 januari 1943 NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
Laan Copes van Cattenburch 62
Telefoon 557480
DIRECTIE.
Dict.: KJ. Typ.: EF.
No. 3 '43.
[Stempel: No. 105/5/1 M. 1943 13] 's-Gravenhage, 11 Januari 1943.
Aan de Veilingen.
Betreft: Appelen van telers en pachters.
Bij dezen deelen wij U mede, dat de appelen, welke nog bij de telers en pachters aanwezig zijn, vóór 27 Februari 1943 ter veiling moeten worden aangeboden voor export en/of voor industrie, waarvan 50 pct. vóór 25 Januari 1943.
Voor export komen in aanmerking de kwaliteiten I A en A. Deze moeten bij aanbieding aan de veiling door den exportleider of door U worden gemeld aan het Tuinbouw-Export-Bureau, Prinsenvinken-park 22, 's-Gravenhage (telefoon 554996).
De overige kwaliteiten moeten door U bij aanbieding worden gemeld bij den fabrikantleider met bestemming industrie. U gelieve de telers en pachters, die nog fruit in opslag hebben, hiermede in kennis te stellen.
De veiling moet er zooveel mogelijk zorg voor dragen, dat de appelen gecombineerd worden geveild, zoodat verlading in volle wagons kan plaatsvinden.
Tevens deelen wij U mede, dat wij aan de grossiers, die appelen op dispensatie hebben gekocht, mededeeling hebben gedaan, dat zij een bepaalde hoeveelheid van deze appelen moeten leveren voor export. Deze appelen zullen eveneens via een veiling moeten worden afgeleverd.
De veilingkosten, welke hiervoor in rekening mogen worden gebracht, bedragen maximum 1 pct., op grond van het feit, dat deze appelen reeds administratief zijn geveild.
Hoogachtend,
NEDERL. GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening]
[Linksonder:] (A) 27701/1-8-'43-K 998 Dit document is een officiële instructie van de directie van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale aan de veilingen. De kern van de boodschap is de verplichting voor fruittelers en pachters om hun resterende voorraad appelen voor specifieke data in 1943 aan te bieden. Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen kwaliteitsfruit (I A en A) bestemd voor de export, en overige kwaliteiten voor de verwerkende industrie.
De brief bevat logistieke instructies (het streven naar volle wagons voor transport) en administratieve bepalingen (beperking van de veilingkosten tot 1%). Ook grossiers die onder een uitzonderingspositie ("dispensatie") appelen hadden ingekocht, worden nu gedwongen een deel voor export af te staan. Dit wijst op een strak gereguleerde distributieketen waarbij de centrale autoriteit volledige controle over de voorraden opeist. De brief dateert van januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een overheidsorgaan dat tijdens de bezetting werd ingezet om de voedselvoorziening en de distributie van landbouwproducten centraal te regelen.
In deze periode was er sprake van een geleide economie en schaarste. De "export" waarover gesproken wordt, was in de praktijk veelal gedwongen export naar Duitsland om de Duitse oorlogseconomie en bevolking te voeden. De strikte deadlines en de verplichting om voorraden aan te melden bij instanties zoals het Tuinbouw-Export-Bureau tonen hoe de bezetter en de collaborerende administratie probeerden elke vorm van vrije handel of "zwarte markt" uit te bannen en maximale controle uit te oefenen op de Nederlandse landbouwopbrengst. De vermelding van "volle wagons" duidt op het belang van efficiëntie in het spoorwegtransport, dat destijds zwaar belast werd door militaire bewegingen en deportaties.