Archiefdocument
Origineel
3 februari 1943. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage. De veilingen. NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
DIRECTIE.
Dict. FA. Typ. MG.
No. 15/'43.
No. 105/8/1 M. 1943 ½ [stempel in paarsblauw]
[handgeschreven in rood: a met krul]
Aan de veilingen.
's-Gravenhage, 3 Februari 1943.
Hierdoor deelen wij U mede, dat met ingang van Donderdag 4 Februari de percentages van de verdeeling van den aanvoer voor het product uien zijn vastgesteld op:
export 30 %
binnenland (versch) 70 %
Wij verzoeken U hiervan goede nota te nemen.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening: Maden.] [Handtekening: onleesbaar]
Rb.V.V.O. Dit document is een officiële bekendmaking van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale aan de Nederlandse veilingen. De kernboodschap is de dwingende vaststelling van de distributiequota voor uien, die één dag na dagtekening (op 4 februari 1943) ingaat.
Opvallende kenmerken zijn:
* Strakke regelgeving: De verdeling wordt exact vastgelegd op 30% voor de export en 70% voor de binnenlandse markt.
* Administratieve sporen: De brief bevat diverse codes (Dict. FA, Typ. MG, No. 15/'43) en een paarse archiefstempel die duiden op een strikte bureaucratische organisatie.
* Rb.V.V.O.: Deze afkorting linksonder verwijst waarschijnlijk naar de Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, het overkoepelende orgaan waaronder dergelijke centrales opereerden. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de Nederlandse economie een 'geleide economie' geworden, waarbij de voedselvoorziening en handel onder streng toezicht stonden van de bezetter en collaborerende instanties.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale speelde een cruciale rol in de regulering van de markt. De term 'export' in dit document moet in de historische context worden gezien: een aanzienlijk deel van de Nederlandse landbouwproductie was bestemd voor Duitsland (de zogenaamde Ausfuhr). Terwijl 70% voor de binnenlandse consumptie bestemd bleef, was de 30% export een verplichte afdracht die vaak direct ten goede kwam aan de Duitse oorlogseconomie of de bevolking aldaar.
Veilingen waren verplicht deze instructies op te volgen; het niet naleven van dergelijke quota werd beschouwd als een economisch delict. De brief illustreert hoe gedetailleerd de controle op de dagelijkse voedselstromen was in bezet Nederland.
Samenvatting
Dit document is een officiële bekendmaking van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale aan de Nederlandse veilingen. De kernboodschap is de dwingende vaststelling van de distributiequota voor uien, die één dag na dagtekening (op 4 februari 1943) ingaat.
Opvallende kenmerken zijn:
* Strakke regelgeving: De verdeling wordt exact vastgelegd op 30% voor de export en 70% voor de binnenlandse markt.
* Administratieve sporen: De brief bevat diverse codes (Dict. FA, Typ. MG, No. 15/'43) en een paarse archiefstempel die duiden op een strikte bureaucratische organisatie.
* Rb.V.V.O.: Deze afkorting linksonder verwijst waarschijnlijk naar de Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, het overkoepelende orgaan waaronder dergelijke centrales opereerden.
Historische Context
Het document dateert uit februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de Nederlandse economie een 'geleide economie' geworden, waarbij de voedselvoorziening en handel onder streng toezicht stonden van de bezetter en collaborerende instanties.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale speelde een cruciale rol in de regulering van de markt. De term 'export' in dit document moet in de historische context worden gezien: een aanzienlijk deel van de Nederlandse landbouwproductie was bestemd voor Duitsland (de zogenaamde Ausfuhr). Terwijl 70% voor de binnenlandse consumptie bestemd bleef, was de 30% export een verplichte afdracht die vaak direct ten goede kwam aan de Duitse oorlogseconomie of de bevolking aldaar.
Veilingen waren verplicht deze instructies op te volgen; het niet naleven van dergelijke quota werd beschouwd als een economisch delict. De brief illustreert hoe gedetailleerd de controle op de dagelijkse voedselstromen was in bezet Nederland.