Officiële brief/circulaire.
Origineel
Officiële brief/circulaire. 9 april 1943. Bedrijfschap voor Groenten en Fruit, Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage. "Aan de geadresseerde veilingvereniging" (Collectieve adressering). No. 105/12/M. 1943 ¹²/y
BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT
Laan Copes van Cattenburch 62 - 's-Gravenhage
Tel. Interl. PP1 - PP2.
Locaal 557480.
DIRECTIE.
Dict. : Dr. Typ. : EF.
No. G 44/'43.
Rb.V.V.O.
AAN DE GEADRESSEERDE
VEILINGVEREENIGING.
's-GRAVENHAGE, 9 April 1943.
Betr.: Schade ontstaan door het niet kunnen exporteeren van voor export bestemde producten.
Mijne Heeren,
In verband met het feit, dat het reeds is voorgekomen, dat voor export bestemde producten -door het ontbreken van de noodige wagons- niet voor export konden worden verladen, brengen wij het volgende te Uwer kennis.
Wanneer deze producten tengevolge van het blijvenstaan zoodanig in kwaliteit zijn achteruitgegaan, dat zij door het U.C.B. voor verderen export moeten worden afgekeurd of door ons voor fabriekmatige verwerking of anderszins worden bestemd, dient U ons per dag de noodige opgaven te verstrekken volgens bijgaand formulier. Deze gegevens dienen ook te worden verstrekt voor die gevallen, welke zich tot nu toe reeds hebben voorgedaan.
Opgave dient te geschieden in duplo, terwijl een derde exemplaar te Uwer verantwoording en voor later gebruik moet worden bewaard.
Aangezien de mogelijkheid bestaat, dat in deze gevallen een zekere schadevergoeding voor de betreffende producten kan worden uitbetaald, verzoeken wij U de desbetreffende formulieren met de noodige zorg te willen invullen. De invulling van het formulier behoeft geen nadere verklaring en spreekt met de gegeven voorbeelden voor zichzelf.
Niet meer voor export geschikte producten moeten voor het binnenland worden geveild en mogen alleen dan voor veevoeder worden bestemd, indien zij niet meer voor menschelijke consumptie geschikt zijn of -indien zij onverkoopbaar zijn- eerst voor menschelijke consumptie ongeschikt zijn gemaakt.
Hoogachtend
BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT:
(handtekening)
Bijlage: 1 Dit document is een administratieve instructie van het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit aan de Nederlandse veilingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de logistieke problematiek: producten die voor de export (grotendeels naar Duitsland) bestemd waren, konden niet worden vervoerd door een gebrek aan spoorwagons.
Kernpunten:
1. Transporttekort: Er is een expliciete melding van het "ontbreken van de noodige wagons".
2. Kwaliteitsverlies: Door de vertraging bederven de producten. Het U.C.B. (Uitvoer-Contrôle-Bureau) moet deze producten dan afkeuren voor export.
3. Administratieve afhandeling: Veilingen moeten dagelijks formulieren in drievoud invullen om aanspraak te kunnen maken op een eventuele schadevergoeding.
4. Bestemming: Producten die niet meer geëxporteerd kunnen worden, moeten eerst op de binnenlandse markt worden geveild. Pas in laatste instantie (indien ongeschikt voor menselijke consumptie) mogen ze als veevoer dienen. De datum (april 1943) is cruciaal voor het begrip van de tekst. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De Nederlandse economie was volledig "gelijkgeschakeld" en stond in dienst van de Duitse oorlogsvoering.
- Logistiek: Het tekort aan wagons werd veroorzaakt doordat de Duitsers het Nederlandse rollend materieel op grote schaal vorderden voor het oostfront en voor deportaties. Hierdoor ontstonden grote opstoppingen in het civiele en commerciële transport.
- Voedselvoorziening: Hoewel de brief spreekt over export (voornamelijk naar Duitsland om de Wehrmacht en de Duitse bevolking te voeden), geeft de laatste alinea een inkijkje in de schaarste in Nederland zelf. Producten mochten absoluut niet verspild worden; de prioriteit lag bij menselijke consumptie (binnenlandse veiling) boven veevoeder.
- Organisatie: Het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit was een publiekrechtelijke organisatie die onder toezicht van de bezetter de productie en distributie reguleerde. Het U.C.B. (Uitvoer-Contrôle-Bureau) controleerde of de kwaliteit van de Nederlandse landbouwproducten voldeed aan de strenge Duitse exporteisen.