Officiële circulaire / brief.
Origineel
Officiële circulaire / brief. 30 september 1943 (stempel). BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT
LAAN COPES VAN CATTENBURCH 62 — 's-GRAVENHAGE — TELEFOON 55 74 80
Afd. Registratie
Dict.: H.
Toestel 21
No. G. 181/'43
[Blauw stempel:] No. 405/34/2 M. 1943 1/10
[Rood symbool/paraaf] AAN DE VEILINGEN
's-GRAVENHAGE, 30 SEP. 1943 [Datumstempel]
Betreft: Opslag van bewaarappelen.
In vervolge op onze circulaire No. G. 147/'43 van 6 Augustus 1943 vragen wij Uw aandacht voor het volgende.
Van de door de handelaren op dispensatie gekochte appelen voor opslag in koelhuizen en bewaarplaatsen moet eens per 14 dagen door de veilingen een opgave aan ons worden gedaan, welke handelaren op deze wijze appelen hebben ontvangen, alsmede de soorten, hoeveelheid en datum waarop de partij is geveild.
De lijst gelieve U volgens onderstaand model samen te stellen:
| Handelaar (Volledige naam en adres vermelden) | Hoeveelheid in kg | Soort | Datum van veilen |
|---|---|---|---|
Deze lijst moet voor het eerst op Zaterdag, 2 October, voor zoover er dan reeds is geveild, worden opgezonden en vervolgens op 16 October en 30 October.
BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT:
[Handtekening / Paraaf]
(A) 27701-9-54-'43 K 1088 Dit document is een administratieve instructie van het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit, gericht aan de Nederlandse veilingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de eis tot strikte rapportage over de verkoop van "bewaarappelen" (appels die geschikt zijn voor langdurige opslag) aan handelaren die hiervoor een speciale ontheffing (dispensatie) hebben gekregen.
Het document getuigt van de verregaande bureaucratische controle op de voedselvoorziening tijdens de bezetting. Door de veilingen te verplichten elke veertien dagen gedetailleerde lijsten (naam handelaar, adres, hoeveelheid, soort en datum) in te sturen, hield de centrale overheid grip op de voorraden. Dit was noodzakelijk om hamsteren, zwarte handel en ongecontroleerde distributie tegen te gaan. De toon is zakelijk, dwingend en bevat specifieke deadlines voor indiening (2, 16 en 30 oktober). Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) werd de Nederlandse economie volledig gereguleerd. Het "Bedrijfschap voor Groenten en Fruit" was een van de vele publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO's) die in 1941 werden opgericht om specifieke sectoren te controleren.
In 1943 was de voedselsituatie in Nederland reeds precair. De bezetter eiste een groot deel van de productie op voor Duitsland, terwijl de rest via een streng distributiesysteem (bonnenkaarten) onder de Nederlandse bevolking werd verdeeld. Bewaarappelen waren een essentieel onderdeel van het winterrantsoen.
De "dispensatie" waarover gesproken wordt, duidt erop dat niet iedere handelaar zomaar grote partijen voor opslag mocht inkopen. Alleen geautoriseerde handelaren mochten dit, maar zij stonden onder streng toezicht van het Bedrijfschap om te voorkomen dat deze voorraden in het illegale circuit (de zwarte markt) zouden verdwijnen. De veilingen fungeerden hierbij als de primaire controleurs en informatieverstrekkers voor de centrale overheid.