Officiële circulaire / Brief
Origineel
Officiële circulaire / Brief 25 augustus 1943 BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT
Laan Copes van Cattenburch 62
's-GRAVENHAGE.
DIRECTIE.
Dict.: FA. Typ.: JL.
No. G 164/'43.
Rb.V.V.O.
AAN DE VEILINGEN
[Paars stempel:] No. 65/39/1 M. 1943 27/8
's-Gravenhage, 25 Augustus 1943.
Betr.: Export Pronkboonen.
Hierbij deelen wij U mede, dat van de voor export bestemde pronkboonen (50% van den aanvoer) met ingang van Vrijdag, 27 Augustus a.s. de helft voor directen uitvoer bestemd dient te worden. De andere helft moet aan de industrie beschikbaar worden gesteld.
Het totale exportkwantum dient, zooals tot dusver gebruikelijk was, aan het Tuinbouw Export Bureau te worden gemeld.
Bij directen uitvoer moeten de pronkboonen los worden verladen.
BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT:
[Onleesbare handtekening/paraaf] * Onderwerp: De brief geeft instructies over de verdeling en logistiek van pronkbonen die voor de export zijn gereserveerd.
* Kernbepalingen:
1. Van de totale aanvoer van pronkbonen wordt 50% aangemerkt voor export.
2. Deze exportquota moet weer in twee gelijke delen worden gesplitst: de ene helft (25% van het totaal) gaat naar "directe uitvoer", de andere helft (25% van het totaal) gaat naar de verwerkende industrie.
3. Er is een meldingsplicht bij het Tuinbouw Export Bureau (TEB).
4. Er geldt een specifiek voorschrift voor het transport bij directe uitvoer: de bonen moeten "los" (niet verpakt in zakken of kisten) worden verladen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. "boonen", "deelen", "kwantum") en een formele, ambtelijke toon. Dit document stamt uit augustus 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de gehele Nederlandse voedselvoorziening en landbouwproductie onderworpen aan strikte regulering door de bezetter.
Het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit was een van de organen die toezagen op de distributie. De term "export" betekende in deze context in de praktijk bijna uitsluitend uitvoer naar nazi-Duitsland (de zogeheten Ausfuhr). Terwijl de Nederlandse bevolking te maken had met toenemende schaarste en rantsoenering, werd een aanzienlijk deel van de tuinbouwproductie (zoals hier 50% van de pronkbonen) opgeëist voor Duitsland of voor de verwerkende industrie die vaak ook ten dienste van de Duitse oorlogseconomie stond.
Het Tuinbouw Export Bureau (TEB) speelde hierin een centrale rol als schakel tussen de Nederlandse telers/veilingen en de Duitse afnemers. De instructie om "los" te verladen was waarschijnlijk ingegeven door logistieke efficiëntie of een tekort aan verpakkingsmaterialen zoals jute zakken.