Handgeschreven ambtelijke notitie / begeleidend schrijven.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / begeleidend schrijven. 10 mei 1943. (Linkermarge, verticaal in rode inkt:)
Heden uit - 10/5 '43
(Bovenaan in rode inkt:)
106/4/2
(Bovenaan in blauwe inkt:)
op Dir. Pen. voorz.
(Tekst in blauwe inkt:)
In aansluiting aan ons telefonisch
onderhoud van hedenmiddag doe ik U
in bijlage dezer afschrift toekomen van
een rapport van den bedrijfschef van
mijn dienst inzake diefstal van
uijen op de C. 177. door de landwachten
G.H. Frinkes en W. v.d. Weyden,
met verzoek terzake de noodige
maatregelen te doen nemen.
d.d. * Inhoud: Het betreft een formele melding van diefstal. De afzender stuurt een afschrift van een rapport van een bedrijfschef door naar een hogere instantie (mogelijk de Directie Penitentiaire inrichtingen of Personeelszaken).
* Incident: Twee leden van de Landwacht worden beschuldigd van het stelen van uien op een specifieke locatie, aangeduid als "C. 177." (vermoedelijk een perceel- of opslagnummer).
* Personen: De genoemde verdachten zijn G.H. Frinkes en W. v.d. Weyden.
* Toon: Zakelijk en dringend; er wordt expliciet verzocht om het nemen van maatregelen tegen de genoemde personen. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, precies drie jaar na de inval (10 mei 1940). De vermelding van de Landwacht is historisch significant. De Nederlandse Landwacht was een in 1943 opgerichte paramilitaire organisatie van de NSB, bedoeld om de Duitse bezetter te ondersteunen bij het handhaven van de orde. Leden van de Landwacht werden door de Nederlandse bevolking vaak gehaat en stonden erom bekend hun macht te misbruiken.
De diefstal van "uijen" (uien) moet gezien worden in het licht van de groeiende voedselschaarste tijdens de oorlogsjaren. Veldroof en diefstal van schaarse levensmiddelen door collaborateurs kwam vaker voor en zorgde voor extra frictie binnen de bezettingsadministratie, zoals blijkt uit dit verzoek om "noodige maatregelen". G.H. Frinkes W. v.d. Weyden NSB
Samenvatting
- Inhoud: Het betreft een formele melding van diefstal. De afzender stuurt een afschrift van een rapport van een bedrijfschef door naar een hogere instantie (mogelijk de Directie Penitentiaire inrichtingen of Personeelszaken).
- Incident: Twee leden van de Landwacht worden beschuldigd van het stelen van uien op een specifieke locatie, aangeduid als "C. 177." (vermoedelijk een perceel- of opslagnummer).
- Personen: De genoemde verdachten zijn G.H. Frinkes en W. v.d. Weyden.
- Toon: Zakelijk en dringend; er wordt expliciet verzocht om het nemen van maatregelen tegen de genoemde personen.
Historische Context
Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, precies drie jaar na de inval (10 mei 1940). De vermelding van de Landwacht is historisch significant. De Nederlandse Landwacht was een in 1943 opgerichte paramilitaire organisatie van de NSB, bedoeld om de Duitse bezetter te ondersteunen bij het handhaven van de orde. Leden van de Landwacht werden door de Nederlandse bevolking vaak gehaat en stonden erom bekend hun macht te misbruiken.
De diefstal van "uijen" (uien) moet gezien worden in het licht van de groeiende voedselschaarste tijdens de oorlogsjaren. Veldroof en diefstal van schaarse levensmiddelen door collaborateurs kwam vaker voor en zorgde voor extra frictie binnen de bezettingsadministratie, zoals blijkt uit dit verzoek om "noodige maatregelen".