Ambtelijke brief/rapportage
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage Brief № 109/3/1 Mw. '43
Den Heer Inspecteur.
In verband met bovenstaande brief meld
ik U dat op Zondag 18 April 40 pond versche aal is aan-
gevoerd door D. v. Marle. Deze toewijzing is aan het publiek
verkocht op 6 pond na, daar ik voor die keer toestemming
heb verleend voor ieder twee pond af te wegen en achter
te houden. Reden daarvoor is dat dit een combinatie
is van drie. t.w. v Marle, v Schaik en Tijssen.
In dit verband wil ik U er wel op wijzen dat het publiek
altijd zeer verwonderd is dat er van aal of zoetwatervisch zoo
weinig per koopman wordt aangevoerd daar er van
zeevisch zooveel meer per kar wordt uitgewogen.
Dit zal dan ook wel aanleiding zijn dat er klachten * Inhoud: De brief is een verslag aan een inspecteur over de verkoop van een partij van 40 pond verse aal. De schrijver rechtvaardigt waarom er 6 pond van de partij niet aan het publiek is verkocht, maar is achtergehouden voor eigen gebruik of vergoeding van drie samenwerkende handelaren (Van Marle, Van Schaik en Tijssen), elk 2 pond.
* Publieke opinie: De schrijver merkt op dat er onvrede heerst onder de bevolking ("het publiek"). Men begrijpt niet waarom de aanvoer van zoetwatervis (aal) zo gering is in vergelijking met zeevis, wat leidt tot klachten.
* Handschrift: Het betreft een goed leesbaar, zakelijk cursief handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw.
* Taalgebruik: Typisch voor de periode, met spellingen zoals "versche", "zooveel" en "zoetwatervisch". * Historische context: Gezien de datumverwijzing '43 en de terminologie ("toewijzing", "inspecteur", het nauwkeurig verantwoorden van kleine hoeveelheden voedsel), stamt dit document uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarste en distributie: Tijdens de oorlog was voedsel op de bon en onderhevig aan strikte distributieregels. Vis was een belangrijke voedselbron, maar de aanvoer was onregelmatig en beperkt. Inspecteurs hielden toezicht op handelaren om zwarte handel te voorkomen en te zorgen dat de beperkte voorraden eerlijk onder het publiek werden verdeeld.
* Visserij: De visserij op het IJsselmeer en de grote rivieren (zoetwatervis) werd in deze periode streng gecontroleerd. Het verschil in aanvoer tussen zeevis en zoetwatervis waarover het publiek klaagde, had vaak te maken met visserijbeperkingen op zee vanwege mijnengevaar en spergebieden.
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een verslag aan een inspecteur over de verkoop van een partij van 40 pond verse aal. De schrijver rechtvaardigt waarom er 6 pond van de partij niet aan het publiek is verkocht, maar is achtergehouden voor eigen gebruik of vergoeding van drie samenwerkende handelaren (Van Marle, Van Schaik en Tijssen), elk 2 pond.
- Publieke opinie: De schrijver merkt op dat er onvrede heerst onder de bevolking ("het publiek"). Men begrijpt niet waarom de aanvoer van zoetwatervis (aal) zo gering is in vergelijking met zeevis, wat leidt tot klachten.
- Handschrift: Het betreft een goed leesbaar, zakelijk cursief handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw.
- Taalgebruik: Typisch voor de periode, met spellingen zoals "versche", "zooveel" en "zoetwatervisch".
Historische Context
- Historische context: Gezien de datumverwijzing '43 en de terminologie ("toewijzing", "inspecteur", het nauwkeurig verantwoorden van kleine hoeveelheden voedsel), stamt dit document uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Schaarste en distributie: Tijdens de oorlog was voedsel op de bon en onderhevig aan strikte distributieregels. Vis was een belangrijke voedselbron, maar de aanvoer was onregelmatig en beperkt. Inspecteurs hielden toezicht op handelaren om zwarte handel te voorkomen en te zorgen dat de beperkte voorraden eerlijk onder het publiek werden verdeeld.
- Visserij: De visserij op het IJsselmeer en de grote rivieren (zoetwatervis) werd in deze periode streng gecontroleerd. Het verschil in aanvoer tussen zeevis en zoetwatervis waarover het publiek klaagde, had vaak te maken met visserijbeperkingen op zee vanwege mijnengevaar en spergebieden.