Handgeschreven brief op geruit papier.
Origineel
Handgeschreven brief op geruit papier. 30 april 1943. J. H. Albers Belderink. Amsterdam 30 April 1943
Geachte Heer.
Zou ik zoo vrij mogen zijn U te mogen herinneren aan mijn schrijven d.d. 21 April 1943, waarbij ik postzegel insloot voor antwoord?
Mocht U niet van plan zijn mijn vraag om welke reden dan ook te beantwoorden, zou U dan zoo beleefd willen zijn mij dat even te willen mededeelen?
Hoogachtend enz.
Aldus mijn tweede schrijven.
Daar het mij onwaarschijnlijk voorkomt, dat mijn twee brieven niet aangekomen zijn, stuur ik U deze derde brief en verzoek U derhalve nogmaals beleefd mij wel te willen antwoorden, waarvoor ik ten tweede male een postzegel insluit.
Hoogachtend
J. H. Albers Belderink
Stadionweg 201 II
Amsterdam Z. De brief is een dringende herinnering (rappèl) betreffende een eerdere vraag die de afzender op 21 april 1943 stelde. De toon is formeel en uiterst beleefd, maar bevat een ondertoon van lichte irritatie of ongeduld. De schrijver merkt op dat het onwaarschijnlijk is dat de eerdere post niet is aangekomen, wat suggereert dat de geadresseerde de correspondentie mogelijk negeert.
Opmerkelijk is de vermelding van het insluiten van postzegels voor het antwoord. Dit was destijds een gebruikelijke etiquette om de drempel voor de ontvanger te verlagen en aan te geven dat men een reactie zeer op prijs stelt. De brief lijkt in twee fasen geschreven of geformuleerd: een formeel gedeelte gevolgd door een tweede toelichting waarin de frustratie over het uitblijven van een reactie duidelijker naar voren komt. Het document dateert uit april 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was postbezorging nog relatief betrouwbaar, maar de bureaucratie en sociale omstandigheden waren gespannen.
Het adres, Stadionweg 201 II in Amsterdam-Zuid, lag in een buurt die tijdens de bezetting diverse ingrijpende gebeurtenissen meemaakte (nabijheid van de Apollolaan en het Olympiaplein). Hoewel de specifieke aard van de vraag aan de "Geachte Heer" niet wordt genoemd, wijst de vasthoudendheid van de afzender op een zaak van persoonlijk of zakelijk belang waarbij een officieel antwoord noodzakelijk werd geacht. De afzender, J.H. Albers Belderink, hanteert een keurig handschrift dat duidt op een zekere mate van scholing of een administratieve achtergrond. H. Albers J.H. Albers
Samenvatting
De brief is een dringende herinnering (rappèl) betreffende een eerdere vraag die de afzender op 21 april 1943 stelde. De toon is formeel en uiterst beleefd, maar bevat een ondertoon van lichte irritatie of ongeduld. De schrijver merkt op dat het onwaarschijnlijk is dat de eerdere post niet is aangekomen, wat suggereert dat de geadresseerde de correspondentie mogelijk negeert.
Opmerkelijk is de vermelding van het insluiten van postzegels voor het antwoord. Dit was destijds een gebruikelijke etiquette om de drempel voor de ontvanger te verlagen en aan te geven dat men een reactie zeer op prijs stelt. De brief lijkt in twee fasen geschreven of geformuleerd: een formeel gedeelte gevolgd door een tweede toelichting waarin de frustratie over het uitblijven van een reactie duidelijker naar voren komt.
Historische Context
Het document dateert uit april 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was postbezorging nog relatief betrouwbaar, maar de bureaucratie en sociale omstandigheden waren gespannen.
Het adres, Stadionweg 201 II in Amsterdam-Zuid, lag in een buurt die tijdens de bezetting diverse ingrijpende gebeurtenissen meemaakte (nabijheid van de Apollolaan en het Olympiaplein). Hoewel de specifieke aard van de vraag aan de "Geachte Heer" niet wordt genoemd, wijst de vasthoudendheid van de afzender op een zaak van persoonlijk of zakelijk belang waarbij een officieel antwoord noodzakelijk werd geacht. De afzender, J.H. Albers Belderink, hanteert een keurig handschrift dat duidt op een zekere mate van scholing of een administratieve achtergrond.