Handgeschreven verslag of brief (pagina 2 van een groter geheel).
Origineel
Handgeschreven verslag of brief (pagina 2 van een groter geheel). woordenwisseling met de beide vischboeren, er ontstond eenig tumult
en de marktmeester Bekkering, die tijdens dit voorval in de rij
persoonsbewijzen controleerde, kwam er bij te pas.
Hoewel hij het papier heeft zien liggen door een plank op te tillen,
gelastte hij toch, dat met den verkoop der kleinere visch begonnen
zou worden, hiermede de duistere praktijken dezer vischverkoopers
steunende.
Toen wij bleven weigeren hiermede genoegen te nemen, haalde hij
zijn penning van onbezoldigd rijksveldwachter voor den dag en gelasten
ons, zich van de kar te verwijderen en ons wegduwende.
Meerdere menschen, die van dit onbillijk optreden getuigen waren,
kwamen toen uit de rij bij de kar en daardoor gelukte het hem niet, de
orde te herstellen.
Met de woorden ,, ik moest de lat over jullie smoelen halen"
en ,, wat let me, of ik schiet jullie neer," verwijderde hij zich om
de politie op te bellen.
Hierop verscheen een agent, die door zijn tactisch optreden erger
wist te voorkomen. Op het kantje af is hierdoor en mede door onze
zelfbeheersching gelukkig voorkomen, dat er geen procesverbaal tegen
iemand opgemaakt kon worden wegens ,, het belemmeren van een
ambtenaar, (in dit geval de marktmeester) in de rechtmatige ? uit-
oefening van zijn functie." Het heeft anders weinig gescheeld!
Wij konden dus, na van 's morgens half elf gewacht te hebben,
nog zonder visch naar huis gaan. Den marktmeester zeggende, dat
hij mij moest doorhalen, als geen visch gehad hebbende en dat ik
Zaterdag wel terug zou komen, antwoordde hij mij: ,, Zaterdag krijg jij
ook geen visch." Op welke grond hij hierop het recht meent te hebben,
is mij een raadsel, maar toch zal ik mij wel naar een andere markt
begeven, daar ik niet het risico wil loopen, wederom met deze, De tekst beschrijft een escalerend conflict op een markt. De kern van het geschil is de verkoop van vis, waarbij de schrijver de marktmeester (Bekkering) beschuldigt van partijdigheid en het steunen van "duistere praktijken" van de visverkopers.
De marktmeester probeert zijn autoriteit te laten gelden door zijn penning als "onbezoldigd rijksveldwachter" te tonen en de menigte fysiek te verwijderen. Wanneer dit mislukt door protest van omstanders, uit hij ernstige verbale dreigementen ("de lat over jullie smoelen halen", "ik schiet jullie neer"). De situatie wordt uiteindelijk gesust door de komst van een politieagent. De schrijver eindigt met een gevoel van onrechtvaardigheid: na uren wachten krijgt hij geen vis en wordt hem zelfs gedreigd dat hij de volgende keer ook niets zal krijgen.
Opvallend is het vraagteken dat de schrijver tussen haakjes plaatst achter het woord "rechtmatige" (regel 21), waarmee hij de legitimiteit van het handelen van de marktmeester openlijk in twijfel trekt. Het document is met vrijwel aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De verwijzing naar de controle van "persoonsbewijzen" (ingevoerd in 1941) in de rij is hiervoor het duidelijkste bewijs.
De gespannen sfeer op de markt, de lange wachttijden (vanaf half elf 's ochtends) en de schaarste aan basisbehoeften zoals vis zijn kenmerkend voor de oorlogsjaren en de bijbehorende distributie- en rantsoeneringsproblematiek. In deze periode hadden lokale beambten, zoals een marktmeester met de status van onbezoldigd rijksveldwachter, aanzienlijke macht over de bevolking, wat vaak leidde tot willekeur, corruptie en frictie. Dit verslag lijkt deel uit te maken van een officiële klacht of een getuigenverklaring over dergelijk machtsmisbruik. Politie