Pagina uit een handgeschreven klachtenbrief (pagina 3).
Origineel
Pagina uit een handgeschreven klachtenbrief (pagina 3). 3.
meer dan schofterige ambtenaar in conflict te komen.
Tenzij ik van Ued. het bericht ontvang, dat hij niet het recht
heeft, mij de verkoop te weigeren.
Door de weinige aanvoer der laatste tijd, is het mij sedert een
paar weken niet gelukt, een vischje te bemachtigen en nu mij dit
eindelijk zou lukken, dit.
Tevens wil ik Ued. nog even doen opmerken, dat ongeveer
2 maanden geleden door deze zelfde vischboeren schol werd verkocht
à $f$ 1.80 p. 3 pond. Toen een mevrouw echter aanmerking maakte,
dat dat geen schol à $f$ 1.20 p. Kgr. was, kwamen zij plotseling tot de
conclusie, dat zij zich vergist hadden en het $f$ 1.35 p. 3 pond
moest zijn. Evenwel waren reeds 18 à 20 menschen de dupe, terwijl
2 hiervan, die het nog juist bijtijds vernamen, $f$ 0.45 geretourneerd
kregen. Een persoon hiervan is mij van gezicht bekend en kan
eventueel voor de waarheid hiervan instaan.
Ongeveer diezelfde ^tijd^ maakte een oude vrouw aanmerking, dat de door
haar ontvangen schol, nooit het gewicht van 1 Kgr. kon halen.
Bij controle bleek toen de weegschaal niet in orde te zijn en had
zij 1 visch te kort. Dit gebeurde ook bij deze zelfde knoeiers.
Zeer geachte Heer, ik hoop en vertrouw, dat het Ued. ernst
zal zijn, deze mistoestanden op te heffen en uit den weg te ruimen
en tevens die ambtenaar zult gelasten, zich behoorlijker tegen het
publiek, dat soms dagen voor een beetje visch in weer en wind staat
te wachten, te gedragen en niet deze knoeiende vischboeren in hun
lugubere praktijken te steunen.
Mogelijk zijn bij U over dit voorgevallene reeds meerder klachten
binnen gekomen en kunt U zelf de waarheid hiervan controleeren.
Met mijn woord van eer verzeker ik U, dat ik er niets bijgevoegd
of afgelaten heb, en dit alles de zuivere toedracht is geweest.
Z. O. Z. De schrijver van de brief uit zijn diepe verontwaardiging over de gang van zaken bij de visverkoop. De belangrijkste klachten zijn:
1. Onjuiste bejegening: Een ambtenaar wordt beticht van "schofterig" gedrag en machtsmisbruik door verkoop te weigeren.
2. Prijsfraude: Visboeren zouden de prijzen ad hoc hebben verlaagd (van $f$ 1.80 naar $f$ 1.35) pas nadat klanten hen op de officiële prijzen wezen, waarbij een grote groep mensen reeds teveel had betaald.
3. Gewichtsvervalsing: Er wordt melding gemaakt van een defecte weegschaal waardoor klanten stelselmatig te weinig vis ontvingen.
4. Sociaal onrecht: De schrijver benadrukt dat het publiek vaak dagenlang in slechte weersomstandigheden wacht op een kleine portie vis, en dat deze "knoeiende vischboeren" niet beschermd mogen worden door de overheid. De brief is geschreven in een tijd van grote schaarste, zeer waarschijnlijk tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De referentie naar het dagenlang wachten in de rij voor "een beetje visch" en de bemoeienis van ambtenaren wijst op het distributiesysteem en de bonnenkaarten uit die tijd. De afkorting "Ued." staat voor "Uw Edelachtbare", een formele aanspreektitel voor een autoriteit (zoals een burgemeester of een inspecteur). "Z.O.Z." (Zie Omme Zijde) duidt aan dat de brief op de achterzijde vervolgd wordt. De gebruikte munteenheid is de gulden ($f$).