Afschrift van een brief (klacht).
Origineel
Afschrift van een brief (klacht). Behoort bij brief 109/6/4 d.d. 29 Juni 1943 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
A F S C H R I F T
No. 421 L.M. 1943 7/6
Amsterdam, 5 Juni 1943.
Den Weled. Heer Wethouder der Gemeentelijke Voedselvoorziening,
s.s.t.t.
A l h i e r .
===========
Weledele Heer,
Beleefd verzoek ik hiermede even Uw aandacht voor het volgende:
J.l. Woensdagavond, 2 Juni, arriveerde op het Stadionplein, ten ongeveer 18 uur, een kar met visch, bestemd voor de distributie.
In deze kar was aanwezig een onderste partij schol à f. 1,20 per k.g., daaroverheen gescheiden door een groot wit papier, een partij kleine schol à f. 0,90 per k.g., en daar weder bovenop een partij schol à f. 1,20 per k.g., eveneens gescheiden door een papier.
Hieruit volgt dus, dat begonnen werd met den verkoop van deze bovenste partij à f. 1,20 per k.g.
Toen ongeveer 30 personen hiervan geholpen waren werden wederom 6 personen tot de kar toegelaten, waaronder ik als 4e persoon.
Nog juist, zagen wij toen, dat het scheidingspapier in elkaar werd gefrommeld met hierin zeker nog wel 40 à 50 visschen, dus ongeveer wel 6 à 7 kg. Het werd onder een plank gelegd en dus in ieder geval bestemd om aan den verkoop ontrokken te worden, zoogenaamd in de volkstaal: om achterover gedrukt te worden.
Toen wij daarop genoegen moesten nemen met de kleinere visch à f. 0,90 per k.g. weigerden wij dit, aangezien wij meenden nog recht te hebben op de grootere, daar deze partij immers nog niet geheel verkocht was.
Door de hierdoor ontstane woordenwisseling met de beide vischboeren, kwam de marktmeester Bekkering bij de kar, tijdens dit voorval stond hij in de rij persoonsbewijzen te noteeren, en hoewel hij het papier door het oplichten van een plank zag liggen, stelde hij ons in het ongelijk en gelaste, dat met den verkoop der andere partij begonnen zou worden, hierdoor de duistere praktijken deze vischverkoopers steunende.
Toen wij gezamenlijk bleven weigeren hiermede genoegen te nemen, haalde hij zijn penning van onbezoldigd rijksveldwachter voor den dag, en gelaste ons, zich te verwijderen, ons zelfs wegduwende.
Door dit onrechtvaardig optreden kwamen toen meerdere menschen uit de rij en daardoor gelukt het hem niet de orde te herstellen.
Met de woorden: "Ik moest de lat over jullie smoelen halen" en "wat let me, of ik schiet jullie neer", verwijderde hij zich om de politie op te bellen. Een agent verscheen en deze wist door zijn tactisch optreden ons te verwijderen en erget te voorkomen.
Intusschen konden wij allen, na van ongeveer ½ 11 's morgens gewacht te hebben, zonder visch naar huis gaan.
Op het kantje af is gelukkig, mede door onze zelfbeheersching, niemand met de justitie in aanraking gekomen wegens "het...
(einde pagina) * Kern van de klacht: De briefschrijver beklaagt zich over corruptie bij de visverkoop op het Stadionplein. Visverkopers probeerden de betere kwaliteit vis (schol van f. 1,20) achter te houden ("achterover te drukken"), waarschijnlijk voor de zwarte markt of eigen gebruik, terwijl de wachtende burgers genoegen moesten nemen met kleinere vis van mindere kwaliteit.
* Machtsmisbruik: Marktmeester Bekkering wordt beschuldigd van partijdigheid en intimidatie. In plaats van de fraude aan te pakken, koos hij de zijde van de handelaren. Hij legitimeerde zijn optreden door zijn penning als "onbezoldigd rijksveldwachter" te tonen en uitte ernstige verbale dreigementen ("ik schiet jullie neer").
* Sociale spanning: De tekst illustreert de enorme frustratie onder de Amsterdamse bevolking tijdens de hongerjaren. Mensen stonden vanaf half elf 's ochtends in de rij (ruim 7 uur wachten) voor een kar die pas om 18:00 uur arriveerde, om vervolgens met lege handen naar huis gestuurd te worden na een conflict over eerlijke verdeling.
* Rol van de politie: Opvallend is dat de reguliere politie (de agent die later kwam) wordt geprezen om "tactisch optreden", in schril contrast met de agressieve marktmeester. Dit document stamt uit juni 1943, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. De distributie van levensmiddelen was strikt gereguleerd via bonkaarten en maximumprijzen. Corruptie door ambtenaren en handelaren kwam veelvuldig voor, waarbij gewilde goederen zoals vis onder de toonbank verdwenen naar de zwarte markt.
Het Stadionplein in Amsterdam-Zuid was een belangrijke locatie voor dergelijke markten. De vermelding van het noteren van "persoonsbewijzen" in de rij wijst op de verscherpte controle van de bezetter en de lokale overheid op de bevolking. De dreigende taal van de marktmeester en het beroep op zijn status als hulppolitie (rijksveldwachter) tonen de militarisering van het openbare leven en de gespannen verhouding tussen de burgerij en collaborateurs of overijverige ambtenaren.