Getypte ambtelijke brief (doorslag/kopie, bladzijde 2).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag/kopie, bladzijde 2). 17 juli 1943. De Directeur van het Marktwezen. De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. Bladzijde 2 van brief No. 109/6/4 M. d.d. 17 Juli 1943 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.
regel geruimen tijd bij of in de omgeving van den vischverkoop
ophouden. Bekkering was, voordat hij bij het Marktwezen werd
geplaatst, werkzaam als conducteur bij de Tram, waar hij een
collega was van Schuddeboom. Deze laatste kent hem daarvan nog
en heeft aanvankelijk getracht dit, bij het verkrijgen van visch,
uit te buiten. Nu dit niet is gelukt, gaat hij, volgens Bekke-
ring, brieven schrijven.
Wat den brief van De Winter betreft, moge worden ver-
wezen naar het rapport van den marktmeester De Wolff d.d. 5 Juni
jl., hetwelk in bijlage dezes wordt overgelegd.
Op den bewusten vierden Juni werd de bureauchef van
den Dienst te ± 4.15 uur door het publiek van het Stadionplein
opgebeld, dat er nog een vischkar was aangekomen, doch dat er
geen marktambtenaar meer aanwezig was. Van Duinhoven heeft toen
De Wolff naar het Stadionplein gestuurd, waar zich later de
contrôleur Bekkering, die omdat hij meende, dat er op dat late
uur geen visch meer zou komen, ventcontrôle in de omgeving was
gaan verrichten, bij hem voegde. De oorzaak, dat de visch zoo
laat aankwam, was gelegen in het onderweg onklaar raken van een
wiel van de bakfiets, waarmede de visch van de Vischmarkt werd
vervoerd.
De Wolff verklaarde, dat hij de visch normaal heeft
laten uitverkoopen op 4 kg. na, welke hij den kooplieden aan-
vankelijk voor eigen gebruik had laten houden (zie zijn rapport).
Over het doen behouden van een hoeveelheid visch voor
"eigen eten" van de kooplieden bestaat bij het publiek, zooals
mij reeds meermalen is gebleken, veel misverstand. In den regel
nemen deze hoeveelheden bij het publiek groote afmetingen aan;
naar mijn meening staat wel vast, dat klachten als de onder-
havigen schromelijk zijn overdreven. Opgemerkt moet worden, dat
De Wolff nog nimmer op het Stadionplein had dienst gedaan en de
kooplieden aldaar in het geheel niet kent. In dit geval kan dan
ook van "samenspannen" met kooplieden, waarvan het publiek de
ambtenaren regelmatig beschuldigt, naar mijn meening in het ge-
heel geen sprake zijn.
Waar de klagers door mij omtrent den gang van zaken
zoo uitvoerig mogelijk zijn ingelicht, geef ik U in overweging
de zaak hiermede als afgedaan te beschouwen.
De Directeur, Deze brief vormt het sluitstuk van een onderzoek naar aanleiding van klachten over onregelmatigheden bij een visverkoop op het Stadionplein (waarschijnlijk in Amsterdam). De essentie van het document is de verdediging van het personeel van het Marktwezen tegen beschuldigingen van favoritisme en "samenspanning" met kooplieden.
Er worden drie specifieke kwesties behandeld:
1. Persoonlijk conflict: Een zekere Schuddeboom probeerde via een oude werkrelatie met contrôleur Bekkering (beiden ex-tramconducteurs) extra vis te bemachtigen. Toen dit mislukte, startte hij een lastercampagne.
2. Logistieke vertraging: De late aankomst van de viskar op 4 juni werd veroorzaakt door een defect wiel aan de bakfiets, niet door opzet.
3. De "eigen eten"-regeling: De marktmeester liet 4 kg vis achter voor de kooplieden zelf. De directeur stelt dat het publiek dergelijke kleine hoeveelheden vaak buitenproportioneel groot inschat en dat er geen sprake was van corruptie, aangezien de ambtenaar ter plaatse (De Wolff) de kooplieden niet eens kende.
De toon van de brief is formeel en lichtelijk neerbuigend naar het publiek toe ("schromelijk overdreven", "veel misverstand"). De directeur adviseert de wethouder de zaak te sluiten. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er grote schaarste en was voedseldistributie strikt gereguleerd.
De context van de oorlog verklaart de hoge spanningen die in het document doorschemeren:
* Voedseltekorten: Vis was een schaars goed. De aanwezigheid van een enkele viskar op een plein leidde direct tot volksoploop en telefoontjes naar officiële instanties.
* Wantrouwen: Het publiek was uiterst argwanend tegenover ambtenaren. Beschuldigingen van "samenspannen" en het achterhouden van voedsel waren aan de orde van de dag, aangezien corruptie in tijden van gebrek een reëel probleem was.
* Bureaucratie: Ondanks de oorlogstijd bleven de gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) uiterst punctueel rapporteren over relatief kleine incidenten (zoals 4 kg vis), wat de rigide structuur van de toenmalige ambtenarij illustreert.