Archiefdocument
Origineel
7 september 1943 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam) VD/SV
109/8/2 M.
7 September 1943.
Vischregeling.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
3 Augustus jl. om advies ontvangen stuk no. 587 L.M.1943
heb ik de eer U te berichten, dat het marktpersoneel zich
dagelijks telefonisch met de Vischmarkt in verbinding
stelt om te vernemen, welke kooplieden een toewijzing visch
hebben ontvangen. Het wachtende publiek wordt dan medege-
deeld of er visch komt of niet. Verdeelvisch wordt nimmer
"vrijgegeven", dit wil zeggen, dat er meer gevent mag
worden, doch moet steeds op de betreffende markt worden
verkocht. Wel komt het voor met spiering, dat deze zoo laat
wordt aangevoerd of van zulke slechte kwaliteit is, dat
ermede moet worden gevent. De marktambtenaar van het
Stadionplein, die omtrent de onderhavige klacht is gehoord,
vermoedde, dat dit hier ook het geval is geweest.
Ik heb den adressant doen oproepen, teneinde hem
in de gelegenheid te stellen zijn klacht mondeling toe te
lichten en hem dan van den gang van zaken op de hoogte te
stellen.
Aan deze oproeping heeft hij evenwel geen gevolg
gegeven.
De Directeur, Deze ambtelijke brief betreft een onderzoek naar een klacht over de verkoop van vis op de Amsterdamse markten (specifiek het Stadionplein). De kern van de zaak is de regelgeving rondom "verdeelvisch" (vis die onder de distributieregels valt). Volgens de regels mag deze vis alleen op de markt zelf worden verkocht en niet via straathandel ("venten").
De directeur legt uit dat marktpersoneel dagelijks informeert naar toewijzingen om het publiek te kunnen inlichten. Er wordt een uitzondering genoemd voor spiering: als deze te laat of van slechte kwaliteit aankomt, wordt venten soms noodgedwongen toegestaan. De marktambtenaar vermoedt dat dit de reden was voor de klacht. Opvallend is dat de klager niet is komen opdagen voor een mondelinge toelichting, waardoor de zaak ambtelijk lijkt te worden afgedaan. De brief dateert uit september 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was voedsel schaars en de distributie streng gereguleerd door de overheid. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (in Amsterdam destijds de pro-Duitse Edward J. Voûte of een ondergeschikte functionaris) had de zware taak om de voedselvoorziening in de stad te beheren.
Vis was een belangrijke, maar onregelmatige bron van eiwitten. De strikte scheiding tussen marktverkoop en "venten" was bedoeld om de controle op de distributie en prijzen te behouden en zwarte handel tegen te gaan. Het Stadionplein in Amsterdam-Zuid was een belangrijke locatie voor de dagmarkt. De bureaucratische toon van de brief toont aan dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de oorlogsomstandigheden, trachtte de formele procedures voor klachtafhandeling en marktregulering te handhaven.