Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 10 maart 1944. [Stempel linksboven:] Nº 1/8/1 M.1944 4/3
No.73 Bur.G.
[Handgeschreven:] 277 L.M. 1944
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktw
Wijziging besluit arbeidsgebied van den
Burgemeester en de Wethouders.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 10 Maart 1944.
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op zijn besluit van 17 October 1941, No.336 Bur.G. betreffende het arbeidsgebied van den Burgemeester en van de Wethouders en zijn besluit van 26 Januari 1942, No.44 Bur.G.;
B e s l u i t :
de afdeeling Bevolkingsregister en Verkiezingen en de afdeeling Burgerlijke Stand, waaronder gerekend wordt te ressorteeren de Dienst der Algemeene Begraafplaatsen, thans onder het arbeidsgebied van den Wethouder J.L.Strak, met ingang van heden onder zijn arbeidsgebied te brengen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Pensioenbureau, den Gemeenteontvanger en Commissarissen over het Raadhuis.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
[Blauwe stempel:] (get.) J. F. FRANKEN
[Handtekening in inkt erboven]
C.S.Stadhuis
A'dam 3-'44 No.76. Dit document betreft een administratieve herschikking binnen het bestuur van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het besluit is dat de burgemeester de verantwoordelijkheid over een aantal cruciale afdelingen — het Bevolkingsregister, de Burgerlijke Stand en de Begraafplaatsen — overneemt van wethouder J.L. Strak.
Enkele opvallende punten:
* Centralisatie: Door deze afdelingen onder zijn eigen "arbeidsgebied" te brengen, vergrootte de burgemeester zijn directe grip op de persoonsregistratie van de stad. In oorlogstijd waren deze afdelingen van strategisch belang voor zowel de bezetter als het lokale bestuur (bijv. voor het opsporen van personen, de arbeidsinzet en de controle op de bevolking).
* Referentie naar eerdere besluiten: Het document verwijst naar besluiten uit 1941 en 1942, wat duidt op een voortdurende herstructurering van het gemeentebestuur onder het nieuwe regime (het zogenaamde 'leidersbeginsel').
* Ambtelijke verspreiding: De lijst van ontvangers (Pensioenbureau, Gemeenteontvanger, etc.) laat zien hoe breed dergelijke wijzigingen in de hiërarchie moesten worden gecommuniceerd binnen het complexe ambtelijke apparaat. Ten tijde van dit besluit (maart 1944) stond Amsterdam onder bestuur van de regeringsgetrouwe (pro-Duitse) burgemeester Edward Voûte. De genoemde wethouder, J.L. (Jan Leonard) Strak, was een lid van de NSB. Hij had diverse portefeuilles, waaronder Sociale Zaken en later Financiën en Personeel.
De overdracht van het Bevolkingsregister en de Burgerlijke Stand van een wethouder naar de burgemeester kan gezien worden in het licht van de toenemende druk van de Duitse bezetter op de nauwkeurigheid van de bevolkingsadministratie. Dit was essentieel voor de uitvoering van de Holocaust, de Arbeitseinsatz en het bestrijden van het verzet. De "Dienst der Algemeene Begraafplaatsen" ressorteerde onder de Burgerlijke Stand, wat de logica verklaart waarom ook deze dienst mee overging in de nieuwe taakverdeling. De ondertekenaar, J.F. Franken, was de toenmalige gemeentesecretaris die de administratieve correctheid van het extract waarborgde.