Archiefdocument
Origineel
[Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 28/20/1 1939.
DOORGEZONDEN: 15/3
[Handgeschreven tekst rechtsboven]
838
Hr Wolff
advies
15-3-39
dellar [onderstreept]
[Hoofdtekst handgeschreven]
Het verzoek van A. Eggers
om zonder betaling een plaats
op de markt kinderspeelste[r] mogen
innemen moet m. i. worden
afgewezen.
Tegen betaling van marktgeld
kan hem een plaats worden verleend, mits
hij zijn bedelpraktijk op de markt achterwege laat.
[Handgeschreven kanttekening rechts van de hoofdtekst]
M. i. niet toestaan
20-3-'39
[onleesbare paraaf]
[Handgeschreven notities onderaan]
22/3-'39 [met paraaf]
20-3-39
dellar [onderstreept]
[Grote rode/potlood cijfers]
28/20/2 1
[Gedrukte tekst linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een intern ambtelijk advies over een verzoek van een zekere A. Eggers. Eggers had gevraagd om kosteloos een standplaats op de markt in te nemen om daar waarschijnlijk als "kinderspeelster" (mogelijk een poppenkast, straatartiest of speelgoedverkoopster) op te treden.
De behandelende ambtenaar (mogelijk 'dellar') adviseert negatief op het verzoek om vrijstelling van marktgeld. Het standpunt is dat een plaats wel verleend kan worden, maar alleen tegen de gebruikelijke betaling. Cruciaal is de toegevoegde voorwaarde: Eggers moet stoppen met zijn "bedelpraktijk op de markt". Dit suggereert dat de aanvrager bekend stond om het bedelen onder het mom van zijn activiteiten. Het advies wordt op 20 maart 1939 door een hogere instantie bekrachtigd ("M. i. niet toestaan"). Het document dateert van maart 1939, een periode van economische spanning en sociale controle in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er een streng beleid ten aanzien van straathandel en bedelarij. Gemeenten probeerden de orde op markten te handhaven door strikte vergunningsvoorwaarden en de inning van marktgelden. De notitie over de "bedelpraktijk" past in het tijdsbeeld waarbij de overheid probeerde een duidelijk onderscheid te maken tussen legale handel/vermaak en ongewenste sociale fenomenen zoals landloperij en bedelarij. De administratieve precisie (met stempels, referentienummers en opeenvolgende data van afhandeling) is typerend voor de Nederlandse bureaucratie uit die jaren. A. Eggers M. No