Archief 745
Inventaris 745-420
Pagina 316
Dossier 2A
Jaar 1944
Stadsarchief

Officieel ambtelijk rapport.

13 maart 1944.

Origineel

Officieel ambtelijk rapport. 13 maart 1944. DIENST VAN HET MARKTWEZEN
TE
A M S T E R D A M

R A P P O R T

Naar aanleiding van bijgaand schrijven No. 2c/971 M. 1944 22/2, onderteekend door Mevrouw C. van der Sloot-Boon, waarin zij mededeelt, dat zij/haar groentehandelaar N. Proost, wonende Utrechtsche Dwarsstraat 92, de appelen van de 1e periode niet heeft ontvangen, heb ik, J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen, na daartoe bekomen opdracht, een nader onderzoek ingesteld.

Ik hoorde hierover Nicolaas Proost, geboren te Amsterdam, 8 September 1922, wonende Amstel no. 81, zaakhoudende Utrechtsche Dwarsstraat 92 alhier. Nadat ik hem voorzoover noodig met een en ander in kennis had gesteld, verklaarde hij mij, dat Mevr. Van der Sloot, wonende Keizersgracht 561 alhier, geen bonnen had ingeleverd in de periode 28 November tot 25 December 1943. Zij had dus in Januari 1944 geen recht op de toewijzing appelen.

Proost voornoemd heeft een pakhuis (kelder) in de Utrechtsche Dwarsstraat 92. Dit perceel ligt naast den winkel van zijn vader, Nicolaas Proost. Zij handelen echter ieder voor eigen rekening. Proost is aangesloten bij de vakgroep Detailhandel in aardappelen, groenten en fruit onder no. 18696, kwaliteit bediening wijk (dus geen winkel). Proost maakt zijn bestellingen klaar in dit pakhuis en bezorgt deze bestellingen aan zijn klanten. Hij heeft een toewijzing van 1 colli groente/fruit, waarvoor hij 152 groentebonnen in heeft geleverd. De klantenlijst van 1943 kon Proost mij niet toonen, daar deze ingeleverd zijn op het kantoor van de Nederl. Middenstands Bank, Centrale Markthallen.

Mevr. v.d. Sloot toonde mij haar klantenkaart van 1943. Sinds 30 October 1943 was deze kaart niet afgestempeld door de leverancier. Hieruit bleek mij, rapporteur, niet dat de groentebonnen bij Proost ingeleverd waren. Mevr. v.d. Sloot, hield echter vol, dat zij dit wel gedaan had, maar dat Proost de klantenkaart niet had afgestempeld. De klantenkaart voeg ik bij dit rapport.

Daarna heb ik op het kantoor der Ned. Mid. Bank, Centrale Groentemarkt alhier, de klantenlijst over de Piriode 28 November tot 25 December 1943 van N. Proost opgevraagd. Op deze klantenlijst kwam de naam v.d. Sloot niet voor, zoodat mevr. v.d. Sloot geen recht op bedoelde appelen heeft. Sinds 23 Januari 1944 is mevr. v.d. Sloot ingeschreven bij den groentehandelaar G. van Elsaker, Kerkstraat 246 alhier.

Waarvan dit rapport te Amsterdam op 13 Maart 1944.

De Ambtenaar voornoemd,
[Handtekening: J H de Grebber]
J. H. de Grebber

Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R .

(Handgeschreven notities in de kantlijn/bovenaan: "m.h. Sieburgh", "/ van MG", "In behandeling houden [paraaf]") Dit document is een treffend voorbeeld van de vergaande bureaucratie en de schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een formeel onderzoek naar een schijnbaar triviale kwestie: een burger die klaagt dat zij haar rantsoen appelen niet heeft gekregen.

Belangrijke aspecten:
1. Rantsoenering: Het document illustreert hoe strikt het distributiesysteem werkte. Zonder de juiste bonnen en een afgestempelde klantenkaart had men nergens recht op. Zelfs voor een kleine hoeveelheid fruit werd een officieel onderzoek door een gemeenteambtenaar ingesteld.
2. Bewijslast: De ambtenaar verifieert de beweringen door zowel de fysieke klantenkaart van de klaagster te bekijken als de officiële lijsten bij de Nederlandsche Middenstands Bank (gevestigd bij de Centrale Markthallen).
3. Conclusie: De klacht wordt ongegrond verklaard omdat de administratieve sporen (stempels en namenlijsten) ontbreken. De klaagster is inmiddels ook overgestapt naar een andere groenteman.
4. Tijdsbeeld: De datering (maart 1944) plaatst dit in een periode waarin de voedselvoorziening steeds problematischer werd, wat de felheid van de klacht en de noodzaak van het onderzoek verklaart. In 1944 was Nederland bijna vier jaar bezet. De 'Dienst van het Marktwezen' in Amsterdam was verantwoordelijk voor het toezicht op de handel en de uitvoering van distributiemaatregelen in de stad. Voedsel was schaars en alles was 'op de bon'. Handelaren moesten elke verkochte eenheid verantwoorden met ingeleverde bonnen om zelf weer nieuwe voorraad toegewezen te krijgen.

De genoemde locaties (Utrechtsche Dwarsstraat, Keizersgracht, Amstel) bevinden zich in het centrum van Amsterdam. De "Centrale Markthallen" aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de voedseldistributie in de stad. Dit rapport toont aan dat de overheid, zelfs onder bezetting, veel tijd besteedde aan het handhaven van de ordelijke uitvoering van de distributieregels om zwarte handel en onterechte claims tegen te gaan.

Samenvatting

Dit document is een treffend voorbeeld van de vergaande bureaucratie en de schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een formeel onderzoek naar een schijnbaar triviale kwestie: een burger die klaagt dat zij haar rantsoen appelen niet heeft gekregen.

Belangrijke aspecten:
1. Rantsoenering: Het document illustreert hoe strikt het distributiesysteem werkte. Zonder de juiste bonnen en een afgestempelde klantenkaart had men nergens recht op. Zelfs voor een kleine hoeveelheid fruit werd een officieel onderzoek door een gemeenteambtenaar ingesteld.
2. Bewijslast: De ambtenaar verifieert de beweringen door zowel de fysieke klantenkaart van de klaagster te bekijken als de officiële lijsten bij de Nederlandsche Middenstands Bank (gevestigd bij de Centrale Markthallen).
3. Conclusie: De klacht wordt ongegrond verklaard omdat de administratieve sporen (stempels en namenlijsten) ontbreken. De klaagster is inmiddels ook overgestapt naar een andere groenteman.
4. Tijdsbeeld: De datering (maart 1944) plaatst dit in een periode waarin de voedselvoorziening steeds problematischer werd, wat de felheid van de klacht en de noodzaak van het onderzoek verklaart.

Historische Context

In 1944 was Nederland bijna vier jaar bezet. De 'Dienst van het Marktwezen' in Amsterdam was verantwoordelijk voor het toezicht op de handel en de uitvoering van distributiemaatregelen in de stad. Voedsel was schaars en alles was 'op de bon'. Handelaren moesten elke verkochte eenheid verantwoorden met ingeleverde bonnen om zelf weer nieuwe voorraad toegewezen te krijgen.

De genoemde locaties (Utrechtsche Dwarsstraat, Keizersgracht, Amstel) bevinden zich in het centrum van Amsterdam. De "Centrale Markthallen" aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de voedseldistributie in de stad. Dit rapport toont aan dat de overheid, zelfs onder bezetting, veel tijd besteedde aan het handhaven van de ordelijke uitvoering van de distributieregels om zwarte handel en onterechte claims tegen te gaan.

Kooplieden in dit dossier 12

Aanvoer week 10-15/4 1944:
P.S. Adres Zwanenburgwal
Aflevering week 10-15/4 1944:
Bruseker A.M.R. Waterlooplein 5
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 9 %
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 10 %
Komkommers, kropsla, radys en tomaten Waterlooplein 10 %
Voorraad op 15 April 1944 des avonds:
Voorraad op 8 April 1944:

Gerelateerde Documenten 6