Getypt ambtelijk rapport.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport. DIENST VAN HET MARKTWEZEN
ALHIER
Nº 25/85/5 M.1944
R A P P O R T
Op 19 October 1944, deelde de Economische Dienst der Staatspolitie alhier, den Directeur van het Marktwezen mede, dat in perceel Groote Bikkerstraat no. 60 - 68 alhier, een partij fruit lag opgeslagen en dat de eigenaar daarvan de bekende Van Hilten was.
In opdracht van den Heer Directeur van het Marktwezen hebben wij, J. H. de Grebber en J. P. N. Boon, beiden Ambtenaar bij het Marktwezen, tevens onbezoldigd veldwachter der gemeente Amsterdam, op 20 October 1944 een nader onderzoek ingesteld waaruit ons het volgende is gebleken:
In bedoeld perceel lag een partij appelen, welke ~~eigen~~ ~~den~~ vorigen dag per schip was aangevoerd. De eigenaar van het fruit was Dirk Anthonius van Hilten wonende Govert Flinekstraat no. 217 alhier. Deze verklaarde ons, dat hij van de Heeren Blauw en ter Beek van de C.C. D. toestemming had gekregen om fruit van buiten in Amsterdam aan te voeren en dan tegen redelijken prijs, varieerend tusschen F. 7,50 - F. 15.- per kist á 25 k.g., te verkoopen. Dit echter zou dan onder toezicht van een ambtenaar van de C.C.D. geschieden. De vorigen dag was de schuit met appelen zeer vroeg aangekomen en voordat Van Hilten de gelegenheid had gehad om de C.C.D. te waarschuwen, had de onder luitenant van de Economischen Dienst Betlehem, de partij fruit voorloopig in beslag genomen. Van Hilten was bereid het fruit aan den Heer Jac. Broerse, Gevolmachtigde van de Gemeente Amsterdam, te verkoopen.
Na een onderhoud met de Heeren Blaauw en ter Beek van de C.C.D. afd. Algemeene Contrôle, is gebleken, dat het bovenstaande op waarheid berustte. Deze heeren zouden daarvoor op hun beurt weer toestemming hebben verkregen van den kapitein Langendijk van de Inspectie van de Prijsbeheersching.
Bij een onderhoud bij Mr. De Koning, Inspecteur van de Prijsbeheersching en Kapitein Langendijk, verklaarde laatstgenoemde dat er door hem geen toestemming was gegeven voor een dergelijke gang van zaken. Mr. De Koning verklaarde ons uitdrukkelijk, dat al het fruit, dat per schuit in Amsterdam wordt aangevoerd, naar Jac. Broerse vervoerd moet worden. Hij verbood verder, dat het fruit onder toezicht van een ambtenaar aan instellingen of aan het publiek wordt verkocht. Dit verbod geldt ook voor Diemen. Mr. De Koning ging er mede accoord, dat D. van Hilten het hierboven bedoelde fruit aan Hr. Broerse af zou leveren. De opbrengst zou aan van Hilten uitbetaald worden.
Bij informatie bij den onder luitenant Betlehem van den Economischen Dienst der Staatspolitie is ons gebleken, dat geen overtreding geconstateerd was.
Het fruit is onder ons toezicht naar het Oude Dok vervoerd, alwaar het is afgeleverd aan den Hr. Broerse. Dit rapport beschrijft een bureaucratisch conflict en een controleactie betreffende de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kern van de zaak is een lading appelen die eigenaar Van Hilten buiten de officiële kanalen om wilde verkopen, zij het (naar eigen zeggen) met toestemming van de Crisis Controle Dienst (C.C.D.).
Opvallende punten in het document:
* Conflicterende verklaringen: Er is sprake van een directe tegenspraak tussen de C.C.D. (die claimt toestemming te hebben van de Prijsbeheersing) en Kapitein Langendijk van de Inspectie van de Prijsbeheersing zelf (die ontkent toestemming te hebben gegeven).
* Strikte distributie: Het document onderstreept dat alle aangevoerde goederen via centrale posten (zoals de heer Jac. Broerse voor de gemeente) moesten lopen om de zwarte markt tegen te gaan.
* Locaties: De Groote Bikkerstraat (Bickerseiland) en het Oude Dok wijzen op de logistieke afhandeling via het water, wat in 1944 essentieel was door het gebrek aan brandstof voor wegtransport. De datum van het document, oktober 1944, is zeer significant. Dit is de periode vlak na Dolle Dinsdag en aan het begin van de Hongerwinter. De geallieerde opmars was gestokt bij Arnhem, en de Duitse bezetter had als represaille voor de spoorwegstaking de voedseltransporten naar het westen van Nederland geblokkeerd.
Voedsel was schaars en de handel stond onder extreem streng toezicht van diverse instanties zoals de C.C.D. en de Economische Dienst van de Staatspolitie. De angst voor prijsopdrijving en de "zwarte handel" was groot. Dit rapport illustreert hoe zelfs een relatief kleine partij appelen leidde tot bemoeienis van hoge inspecteurs en meerdere politiediensten om te verzekeren dat de distributie via de officiële gemeentelijke kanalen verliep.