Ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief). 25 juli 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). [Bovenaan handgeschreven in potlood:]
Verzonden 25/7 [paraaf]
21/7/5M. VB/SV.
25 Juli 1944.
aanwijzing tijdelijk
hulpmarkt brandstoffen-
markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 26
Juni en 22 Juli jl. om advies ontvangen stukken no.462 L.M.1944
heb ik de eer U het volgende te berichten.
De mededeeling van den brandstoffenhandelaar Bout, ver-
vat in de eerste alinea van diens brief d.d. 18 Juli jl. berust
op een misverstand; door den Inspecteur van mijn dienst is uit-
sluitend contact gezocht met dezen handelaar in verband met het
onderzoek naar een andere voor hem geschikte ligplaats.
Adressant heeft in zijn vorig pand aan de Zeeburgerdijk
steenkolen kunnen lossen uit schuiten welke achter zijn pand lig-
plaats hadden in het Loozingskanaal. Overigens oefende hij zijn
bedrijf uit op schuiten aan de brandstoffenmarkt langs de Maurits
kade. Met het oog op het moeilijke transport vraagt hij, in ver-
band met den opslag in zijn nieuwe pakhuis aan de Cruquiuskade
ligplaats in het water van de Nieuwe Vaart ter hoogte van zijn
perceel.
Indien hieraan niet kan worden voldaan, dan is de meest
nabij gelegen losplaats het openbare Gemeente water langs de
Funenkade, de Nieuwe Vaart tegenover de perceelen nrs. 7 en 7a,
waartegen met het oog op de situatie ter plaatse wellicht ook van
de zijde van den Havenmeester, geen bezwaar zal worden gemaakt,
en hetwelk als dan ingevolge het bepaalde in artikel 7 van de
Verordening op den Dienst van het Marktwezen, door den Burgemee-
ster met ingang van 1 April 1944 als tijdelijke hulpmarkt van de
brandstoffenmarkt zou kunnen worden aangewezen.
Ik geef U in overweging terzake ook het advies van den
Havenmeester en den waarnemenden Politiepresident in te winnen.
De Directeur, * Kern van de brief: Een brandstoffenhandelaar genaamd Bout heeft een nieuw pakhuis aan de Cruquiuskade en zoekt een nabijgelegen ligplaats voor zijn kolenschuiten om transportproblemen te vermijden. De directeur adviseert de wethouder over de mogelijkheden.
* Voorgestelde locatie: Als de plek direct bij het perceel niet lukt, wordt de Nieuwe Vaart ter hoogte van de Funenkade (nrs. 7 en 7a) voorgesteld als "tijdelijke hulpmarkt".
* Juridisch kader: Er wordt verwezen naar de "Verordening op den Dienst van het Marktwezen", waarbij de burgemeester de bevoegdheid heeft locaties aan te wijzen.
* Betrokken instanties: Naast de Wethouder en de Directeur worden ook de Havenmeester en de "waarnemende Politiepresident" genoemd als adviserende organen. * Tijdsbeeld: De brief is geschreven in juli 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van extreme schaarste, met name op het gebied van brandstoffen (steenkool). De logistiek en distributie stonden onder grote druk en waren strikt gereguleerd.
* Geografie: De genoemde locaties (Zeeburgerdijk, Loozingskanaal, Mauritskade, Cruquiuskade, Nieuwe Vaart, Funenkade) situeren dit dossier in Amsterdam-Oost. Dit was een belangrijk industrieel en logistiek knooppunt voor de stad.
* Bestuur onder bezetting: De term "waarnemende Politiepresident" is kenmerkend voor de bezettingsstructuur; de Nederlandse politie was in die tijd gereorganiseerd naar Duits model. De wethouder voor Levensmiddelen was in deze periode verantwoordelijk voor de precaire taak van de voedsel- en brandstofvoorziening van de burgerbevolking, vlak voor de beruchte Hongerwinter die enkele maanden later zou beginnen. Marktwezen Politie