Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. Omstreeks november 1944 (gebaseerd op administratieve aantekeningen). J. Thiele, Albert Cuypstraat 217-III, Amsterdam. [Gestempeld en geschreven in de bovenmarge:]
Nº = 25/49/1 M. 1944 13/11 69.
[In de rechterbovenhoek:]
niet nog
[Hoofdtekst:]
Ik wou u een dringend verzoek doen, aangaande dit.
Ik ben invalide verklaard daar ik zware suikerpatient ben geworden, maar daar ik toch in eigen levensonderhoud wil voorzien, vraag ik u beleefd of u mij ook zou kunnen helpen aan een marktvergunning voor een standplaats op de Albert Cuypstr., voor 2de hands artikelen.
Bij voorbaat
vriendelijk bedankt
J. Thiele
Albert Cuypstr
217 III
[Handgeschreven aantekeningen in de rechterbenedenhoek:]
oproepen
22-11-'44
deze
morgen
8 ½ u De brief is een formeel, maar persoonlijk verzoek van J. Thiele aan een niet nader genoemde instantie (waarschijnlijk de Amsterdamse marktmeester of het gemeentebestuur). De schrijver legt uit dat hij/zij door ernstige suikerziekte (diabetes) arbeidsongeschikt is verklaard. Ondanks deze beperking is er de nadrukkelijke wens om zelfstandig in het eigen levensonderhoud te voorzien.
Het verzoek betreft een vergunning voor een standplaats op de Albert Cuypmarkt voor de handel in tweedehands goederen. De toon is beleefd en de noodzaak wordt benadrukt met de term "dringend verzoek".
De diverse stempels en numerieke codes bovenin duiden op een ambtelijke registratie. De aantekening in de marge onderaan ("oproepen 22-11-'44") wijst erop dat de verzoeker is uitgenodigd voor een gesprek of keuring naar aanleiding van deze brief. De datering van november 1944 plaatst dit document in een zeer kritieke periode van de Nederlandse geschiedenis: de Tweede Wereldoorlog, vlak voor of aan het begin van de Hongerwinter in het bezette Amsterdam.
In deze tijd was er sprake van extreme schaarste aan voedsel, brandstof en middelen van bestaan. De handel in tweedehands artikelen was voor veel Amsterdammers een manier om in leven te blijven door bezittingen te ruilen of te verkopen. De wens om "in eigen levensonderhoud te voorzien" moet in dit licht worden gezien als een overlevingsstrategie in een tijd waarin sociale voorzieningen minimaal waren en de druk van de bezetting en honger toenam. De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog een centraal punt voor (vaak clandestiene) handel en ruil. J. Thiele