Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 9 januari 1944. J. Woudboer, Commelijnstraat 123 huis, Amsterdam. Waarschijnlijk de Marktmeester of de relevante gemeentelijke dienst van Amsterdam. [Linksboven:] 1 post 5 ct
[Midden boven:] Nº 26/1/1 M. 1944 20/1
[Rechtsboven:] 730
Amsterdam, 9 Jan '44
Wel-Ed. Heer.
Tot m’n leedwezen heb ik vergeten mijn achterstallige marktgeld te betalen. Dit zal ik zo spoedig mogelijk betalen. Nu zou ik gaarne willen dat U de maandvergunning zou willen veranderen in een dagvergunning. De rede hiervan is dat dit voor mij voordeliger uitkomt. Ik kan niet meer alle dag op de markt staan. Gaarne per omgaande antwoord. Postzegel voor antwoord ingesloten.
Hoogachtend.
Uw. Ed. dw. dn.
J. Woudboer.
Commelynsstr. 123 huis
Amsterdam
[Ambtelijke aantekeningen onder de streep:]
Plaats van Woudboer is 1 Jan j.l. met f 4,80 schuld over de maand December '43 ingetrokken. J 24/44.
{ 2e h. artikelen (geen textiel.)
{ Dagvergunning.
Sep. krt losse plaats afgegeven.
M. betaling schuld, m.i. geen bezwaar om J Woudboer een losse plaats toe te wijzen.
31-1-44 de Haan
4-2-44 a
[Initialen/stempels:] apl. J.5. ; e.a.a. In deze brief verzoekt de heer J. Woudboer om zijn maandvergunning voor de markt om te zetten naar een dagvergunning. Hij voert hiervoor een economische reden aan: hij kan niet meer dagelijks op de markt staan en een dagvergunning is voor hem voordeliger. Opvallend is dat hij direct schuld bekent wat betreft achterstallige betalingen en een postzegel bijsluit voor het antwoord, wat duidt op de schaarste en de formele beleefdheid van die tijd.
De ambtelijke notities onderaan onthullen de feitelijke situatie: Woudboer had een schuld van 4,80 gulden over december 1943, waardoor zijn vaste plaats per 1 januari 1944 was ingetrokken. De ambtenaar (de Haan) adviseert dat er geen bezwaar is om hem een 'losse plaats' (dagvergunning) toe te wijzen, mits de schuld wordt voldaan. Er wordt specifiek vermeld dat hij handelt in "2e h. artikelen" (tweedehands goederen) en expliciet "geen textiel", wat cruciaal was vanwege de strenge distributieregels en textielschaarste tijdens de bezetting. Dit document stamt uit januari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Commelijnstraat ligt in de Dapperbuurt in Amsterdam, vlakbij de Dappermarkt. De brief illustreert de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen in een tijd van grote armoede en schaarste.
Veel markthandelaren hadden moeite om het hoofd boven water te houden. De vermelding "geen textiel" is kenmerkend voor de periode; textiel was op de bon en de handel hierin was aan zeer strenge regels onderworpen. Het feit dat de handelaar vraagt om een dagvergunning in plaats van een maandvergunning wijst op een poging om de vaste lasten te minimaliseren in een onzekere economische tijd. J. Woudboer