Ambtelijke notitie / Dossierstuk
Origineel
Ambtelijke notitie / Dossierstuk 1938 - 1944 (verschillende dateringen op één blad) [Rechtsboven:]
14 Oct. 1938
[Hoofdtekst:]
Beweert voor den oorlog (geregeld) op de markten alhier te hebben gestaan (o.a. op Lindengracht, Dapperstraat, Prinsenmarkt, Waterlooplein).
Heeft afgelopen jaren geleefd van inkomsten van dochter en commensaals.
Wil nu echter weer op de markt gaan staan.
[Linkermarge:]
10/6 L. v. Strien
21/6 [doorgehaald]
26/6 H. v. Noeff
[Midden:]
advies amb.
C.
Onbekend 21/6 '44
[Onderste helft, linkerzijde:]
De heer Boksem is mij onbekend - 23/6-44 T. v. Pelt
[Middenonder:]
De Boksem is mij onbekend 3-7-44.
[Paraaf]
[Rechterzijde:]
Volgens nadere mededeeling van den Heer Wikkerink is van Boksen hem bekend van Dapperstraat van voor den oorlog.
14/7 '44
[Paraaf]
[Onderkant:]
Opgev. e.d.d. AB. 10/7 44.
Zal zich verstaan met m/a.
[Paraaf] 18/7. Het document is een verzameling ambtelijke krabbels en verificaties die betrekking hebben op de heer Boksem. Hij claimt vóór de Tweede Wereldoorlog een vaste marktkoopman te zijn geweest op diverse bekende Amsterdamse markten. Gedurende de eerste oorlogsjaren lijkt hij niet gewerkt te hebben ("geleefd van inkomsten van dochter en commensaals"), maar in de zomer van 1944 dient hij een verzoek in om zijn handel te hervatten.
Verschillende ambtenaren (waarschijnlijk marktmeesters of inspecteurs) wordt gevraagd of zij de man kennen. De eerste reacties zijn negatief ("onbekend"). Uiteindelijk geeft een zekere heer Wikkerink op 14 juli 1944 uitsluitsel: hij herinnert zich Boksem van de Dapperstraat van vóór de oorlog. De laatste notitie suggereert dat er contact opgenomen zal worden met "m/a", wat vermoedelijk staat voor de afdeling Marktwezen of een soortgelijke administratieve instantie. Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratie tijdens de Duitse bezetting van Amsterdam. Hoewel de oorlog in 1944 zijn laatste fase inging, bleven gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen strikt toezien op wie er vergunningen kreeg. Voor marktkooplieden was het essentieel om aan te tonen dat zij "ervaren" waren of voorheen rechten hadden op een standplaats. Opvallend is de vermelding van de Waterloopleinmarkt en de Prinsenmarkt, plekken die vóór de oorlog een sterk Joods karakter hadden. Gezien de datum (1944) en de noodzaak tot verificatie, was dit onderdeel van het proces om de economische orde op de markten te herstellen of te controleren na de grootschalige deportaties van Joodse handelaren, waarbij nieuwe of terugkerende aanvragers streng werden gescreend. De heer Boksem L. v. Strien H. v. Noeff T. v. Pelt (?) De Heer Wikkerink. Gemeente Amsterdam Marktwezen