Handgeschreven rapportage/notitie van een opsporingsambtenaar of administratieve medewerker.
Origineel
Handgeschreven rapportage/notitie van een opsporingsambtenaar of administratieve medewerker. 27 februari 1944 (Amsterdam). T. Dekker heeft op 19 nov ’42
een opkopersregister verkregen.
Volgens mededeeling van D. Zon
zou hij van plan zijn geweest nu
een plaats op een der markten
(i.c. Nieuwmarkt) te vragen, werd
daarin verhinderd doordat hij
een voetoperatie moest
ondergaan. Is van deze
operatie nog niet geheel
hersteld, blijft min of meer
invalide. Heeft zich in Dec ’43
voor ondersteuning S.Z. laten
opschrijven (geen handelsgeld
gekregen). Handelt vanaf dec ’43
op de openbaren weg met
o.a. polshorloges. Heeft volgens
zijn register tusschen 20 Dec ’43 en
14 Jan ’44 gekocht verkocht
kachel f 20 - --
fototoestel ,, 15. f 25 –
p. horloge ,, 27,50 45 –
p. horloge ,, 40. 42,50
Amst. 27/2 44 * Persoonsgegevens: Het document betreft T. Dekker, een handelaar die sinds november 1942 officieel geregistreerd staat als 'opkoper'.
* Medische status: Dekker kampt met fysieke beperkingen na een voetoperatie, waardoor hij "min of meer invalide" is gebleven. Dit belette hem een vaste marktplaats op de Nieuwmarkt te bemachtigen.
* Financiële status: In december 1943 heeft hij zich gewend tot de Dienst voor Sociale Zaken (S.Z.) voor ondersteuning, maar hij heeft geen "handelsgeld" (startkapitaal of uitkering voor handelaren) ontvangen.
* Handelswaar: Ondanks zijn invaliditeit handelt hij op straat in diverse goederen, met een focus op polshorloges. Het document bevat een nauwkeurige lijst van inkoop- en verkoopbedragen van een kachel, een fototoestel en twee horloges over de periode december 1943 tot januari 1944. De marges op de horloges zijn aanzienlijk (bijv. inkoop 27,50 gulden, verkoop 45 gulden). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (februari 1944). In deze tijd was er sprake van een zeer strikte regulering van de handel. Iedereen die in tweedehands goederen handelde, moest een "opkopersregister" bijhouden om heling en zwarte handel tegen te gaan en de economie te controleren.
De vermelding van de Nieuwmarkt is topografisch relevant; dit plein lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam, die in 1944 nagenoeg leeggehaald was. De controle door de autoriteiten (waarschijnlijk de politie of de economische controledienst) diende om te verifiëren of Dekker daadwerkelijk van zijn handel kon leven of onterecht aanspraak maakte op sociale steun. Het document getuigt van de bittere economische realiteit van kleine handelaren en de bureaucratische controle tijdens de oorlogsjaren.