Brief / Verzoekschrift voor een marktstandplaats.
Origineel
Brief / Verzoekschrift voor een marktstandplaats. 6 juli 1944. Th. Kortbeek, Plantage Doklaan 32 huis, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Rechtsboven:] 187.
[Midden boven:] A’dam 6 Juli ’44.
[Linksboven:]
5
№ 30 / 23 / 7 M. 1944 [Paars stempel] 10/7
[Linkermarge, schuin geschreven:]
Afgedaan.
Vaste plaats Waterlooplein afgegeven.
Onbergen. 13/10-’44.
[Midden boven:]
Aan den Heer
Directeur v. h. Marktwezen
te
Amsterdam.
Ondergetekende vraagt beleefd een stand-
plaats voor het Waterlooplein voor de ver-
koop van rijwiel ondelen en tweede hands
gereedschap. Ben in het bezit van Legitimatie
kaart 1943 voor Alb: Cuypstraat en Amstelveld
Uitgegeven 11 October 1943. № 35 / 290970 /
Beleefd in afwachting teken ik
Th Kortbeek
Plantage Doklaan 32 huis C.
A dam.
p.s. Daar ik aan beide handen in valide ben en dus
niet bij een patroon kan werken hoop ik op deze
manier mijn brood te verdienen.
[Rechtsonder, met potlood/pen:]
—> Is in onderzoek
bij politie.
11-7-’44
detto 30
[Linksonder, vage potloodkrabbels:]
(vroeger bij aanvraag...?) In deze handgeschreven brief verzoekt Th. Kortbeek de directeur van het Marktwezen in Amsterdam om een vaste standplaats op het Waterlooplein. Hij is van plan om rijwielonderdelen (door hem geschreven als "rijwiel ondelen") en tweedehands gereedschap te verkopen.
Kortbeek voert twee belangrijke argumenten aan om zijn verzoek kracht bij te zetten:
1. Ervaring en legaliteit: Hij toont aan dat hij reeds een vergunde handelaar is door te verwijzen naar zijn legitimatiekaart uit 1943 voor de Albert Cuypstraat en het Amstelveld.
2. Sociale noodzaak: In het postscriptum legt hij uit dat hij aan beide handen invalide is. Hierdoor kan hij niet voor een werkgever ("patroon") werken en is hij voor zijn levensonderhoud aangewezen op zelfstandige handel.
De ambtelijke aantekeningen laten het procesverloop zien: de aanvraag werd op 11 juli 1944 voor onderzoek naar de politie gestuurd. Uiteindelijk werd het verzoek ingewilligd; een aantekening uit oktober 1944 vermeldt dat de vaste plaats op het Waterlooplein is afgegeven. Dit document stamt uit juli 1944, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de geallieerden een maand eerder in Normandië waren geland, was de situatie in Amsterdam nog steeds getekend door schaarste, strenge regelgeving en fysieke onveiligheid.
De handel in tweedehands goederen en fietsonderdelen was in deze tijd van vitaal belang, aangezien nieuwe producten nauwelijks verkrijgbaar waren. Voor iemand met een arbeidsbeperking, zoals de heer Kortbeek, was de markt een van de weinige manieren om in een tijd van oorlog en economische ontwrichting buiten het officiële distributiesysteem om te overleven.
De bureaucratische afhandeling, inclusief de verplichte legitimatiekaarten en politie-onderzoeken voor marktkooplieden, illustreert de sterke mate van controle die de (door de bezetter gecontroleerde) gemeente Amsterdam uitoefende op het openbare en economische leven. Het feit dat de vergunning in oktober 1944 werd afgegeven — vlak voor het begin van de Hongerwinter — suggereert dat Kortbeek nog net op tijd een legale basis vond voor zijn broodwinning. Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie