Archief 745
Inventaris 745-429
Pagina 26
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Concept-brief (doorslag met handgeschreven correcties).

4 juni 1943. Van: Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden (Amsterdam).

Origineel

Concept-brief (doorslag met handgeschreven correcties). 4 juni 1943. Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden (Amsterdam). Behoort bij brief no.46a/148/5 M d.d. 4 Juni 1943 aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen en den Ge-
meentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden.

[Handgeschreven aantekeningen bovenin:] dw. [onleesbaar] 8. [onleesbaar] / besproken

C o n c e p t .

Onderwerp: Vischverdeeling Amsterdam.

Aan den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale
te
's-GRAVENHAGE

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 April j.l. no.10688/V/Ve,
heb ik de eer U te berichten, dat de bijlage van Uw brief mij tot het ma-
ken van de volgende opmerkingen aanleiding heeft gegeven.

  1. Aantal en soort van in de verdeeling te Amsterdam opgenomen kleinhande-
    laren.

Voor zoover mij bekend, zijn alle in de verdeeling opgenomen klein-
handelaren in het bezit van een door de Nederlandsche Visscherij Centra-
le uitgegeven voorloopige erkenning. Hiernaar wordt thans op den afslag
nog een nauwkeurig onderzoek ingesteld. Vast staat evenwel, dat alle in
de verdeeling opgenomen kleinhandelaren in de basisjaren visch hebben
verhandeld, met uitzondering van enkele gevallen, die in opdracht van
hoogerhand in de verdeeling moesten worden opgenomen. Het staat echter
tevens vast, dat te Amsterdam buiten de in de verdeeling opgenomen han-
delaren nog vele personen zijn, die in het bezit zijn van een voorloopige
erkenning der Centrale. Aan verzoeken van deze personen om in de verdee-
ling te worden opgenomen is niet voldaan, omdat deze naar het oordeel
der Verdeelingscommissie in de basisjaren niet in den vischhandel werk-
zaam waren. Ik moge U in dit verband verwijzen naar Uw brief d.d. 30 Oc-
tober 1942, no.27974/A/Ko., waarin U, in antwoord op een mijnerzijds ge-
daan verzoek toezegde, dat voortaan bij het verleenen van erkenningen
overleg met den Dienst Marktwezen zal worden gepleegd.

Wat betreft de winkelbedrijven, comestibleszaken e.d. die visch als
nevenartikel verhandelen, diene het volgende.

Het is mij bekend, dat momenteel allerlei bedrijfsgroepen zich bezig-
houden met de afbakening van het werkterrein van de in die groepen op-
genomen vakgenooten.

Ook op het gebied van den vischhandel wordt, indien ik juist ben
ingelicht, reeds geruimen tijd door den Vakgroep kleinhandel bestudeerd
het opstellen van richtlijnen tot een saneering van den visch-kleinhan-
del. Ik merk hierbij op, dat zulk een saneering dermate groote vraagstuk-
ken aan de orde stelt, dat het niet mogelijk zal blijken om, zonder dat
terzake diepgaande studies worden gemaakt, op korte termijn een afdoende
verantwoorde oplossing van deze materie te verkrijgen. ~~Met klem dring ik
er echter bij U op aan, dat~~ [Handgeschreven in de kantlijn: Voorts dring ik er met klem bij U op aan,] Uwerzijds maatregelen worden genomen die er
toe leiden, dat de verkoop van gerookte aal in comestibleszaken verboden
wordt. De aan deze zaken verstrekte tijdelijke erkenningen zullen dan moe-
ten worden ingetrokken. Een lijst van deze zaken doe ik U hierbij toekomen.

  1. het rooken van aal en paling.

De op den afslag te dezer stede toegewezen versche aal wordt als
regel ook in verschen toestand op de verkoopplaatsen verkocht. Slechts
aan de in de verdeeling opgenomen groep rookers(een dertigtal) is toe-
gestaan om de hun toegewezen versche aal, voor welk artikel zij uitslui-
tend in de verdeeling zijn opgenomen, te rooken. De mogelijkheid hiertoe
is in het 2de Uitvoeringsbesluit opgenomen. Dit wil evenwel nog niet
zeggen, dat daardoor de contrôle in ernstige mate wordt bemoeilijkt. De
rookers staan namelijk vrijwel allen op de markten. Bij het rooken geldt
als vaste regel, dat 60 % van de hoeveelheid versch toegewezen aal ge-
rookt op de verkoopplaats moet worden aangevoerd. Op de verkoopplaats
wordt de hoeveelheid aangevoerde gerookte aal opgenomen en op een dag-
rapport vermeld. Uit contrôle achteraf op den afslag blijkt dan, welke
hoeveelheid versch is toegewezen.

Ik acht het artikel "gerookte aal en paling" een dusdanig gewild
artikel door de bevolking, dat dezerzijds geen medewerking kan worden * Toon en taal: De brief is formeel en ambtelijk van aard. Er wordt een spanningsveld zichtbaar tussen de lokale autoriteit (Dienst Marktwezen Amsterdam) en de centrale autoriteit (Nederlandsche Visscherijcentrale).
* Kernpunten:
1. Erkenning: De gemeente klaagt dat de Centrale erkenningen uitgeeft aan handelaren zonder overleg, terwijl de gemeente alleen handelaren toelaat die al vóór de oorlog ("basisjaren") actief waren.
2. Bescherming vishandel: Er is een sterke wens om de verkoop van gerookte paling te verbieden in algemene levensmiddelenzaken (comestibleszaken) om de gespecialiseerde vishandelaren te beschermen.
3. Controle op roken: De brief legt uit hoe het rookproces van aal wordt gecontroleerd via een rendementsberekening (60% van het gewicht van verse aal moet als gerookt product op de markt verschijnen).
* Handgeschreven wijzigingen: De doorhaling en toevoeging in de kantlijn tonen aan dat de schrijver de aandrang bij de Nederlandsche Visscherijcentrale wilde verhogen ("Voorts dring ik er met klem bij U op aan"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselsituatie was kritiek en alles was strikt gereguleerd via distributie en toewijzingen. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" (NVC) was het orgaan dat onder toezicht van de bezetter de visserijsector controleerde.

De genoemde "saneering" van de kleinhandel was een beleid gericht op het verminderen van het aantal verkooppunten om de distributie efficiënter en controleerbaarder te maken. In de praktijk betekende dit vaak het uitsluiten van kleinere handelaren en, op grote schaal, het elimineren van Joodse ondernemers uit het economische verkeer, hoewel dit laatste in deze specifieke ambtelijke tekst niet expliciet wordt benoemd. De focus ligt hier op de handhaving van de marktorde in Amsterdam en de strijd om bevoegdheden tussen de gemeente en het centrale bestuur in Den Haag.

Samenvatting

  • Toon en taal: De brief is formeel en ambtelijk van aard. Er wordt een spanningsveld zichtbaar tussen de lokale autoriteit (Dienst Marktwezen Amsterdam) en de centrale autoriteit (Nederlandsche Visscherijcentrale).
  • Kernpunten:
    1. Erkenning: De gemeente klaagt dat de Centrale erkenningen uitgeeft aan handelaren zonder overleg, terwijl de gemeente alleen handelaren toelaat die al vóór de oorlog ("basisjaren") actief waren.
    2. Bescherming vishandel: Er is een sterke wens om de verkoop van gerookte paling te verbieden in algemene levensmiddelenzaken (comestibleszaken) om de gespecialiseerde vishandelaren te beschermen.
    3. Controle op roken: De brief legt uit hoe het rookproces van aal wordt gecontroleerd via een rendementsberekening (60% van het gewicht van verse aal moet als gerookt product op de markt verschijnen).
  • Handgeschreven wijzigingen: De doorhaling en toevoeging in de kantlijn tonen aan dat de schrijver de aandrang bij de Nederlandsche Visscherijcentrale wilde verhogen ("Voorts dring ik er met klem bij U op aan").

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselsituatie was kritiek en alles was strikt gereguleerd via distributie en toewijzingen. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" (NVC) was het orgaan dat onder toezicht van de bezetter de visserijsector controleerde.

De genoemde "saneering" van de kleinhandel was een beleid gericht op het verminderen van het aantal verkooppunten om de distributie efficiënter en controleerbaarder te maken. In de praktijk betekende dit vaak het uitsluiten van kleinere handelaren en, op grote schaal, het elimineren van Joodse ondernemers uit het economische verkeer, hoewel dit laatste in deze specifieke ambtelijke tekst niet expliciet wordt benoemd. De focus ligt hier op de handhaving van de marktorde in Amsterdam en de strijd om bevoegdheden tussen de gemeente en het centrale bestuur in Den Haag.

Kooplieden in dit dossier 100

Aanvoergelden heffing op den (verkoop 83,73
A. Brandt Overtoom 471
A.C.M. de Natris Postjesweg 9
A.K.W. v.d. Linden Overtoom 392
A. Van 1-9-34 t/m 29-1-37 + boekjaar 42/43
A. Van 1-9-34 t/m '43
A. Van 1-9-34 t/m '43
A. Van 1-9-34 t/m '42
A. Van 1-9-34 t/m '42
A. Van 1-9-34 t/m 29-1-37 + boekjaar 42/43
A. Van 1/9 '34 t/m '43
A. Van 1/9 '34 t/m '42
A. Van 1/9 '34 t/m 30/37 + boekjaar 42/43
Andere lasten 18.110,75
Andere lasten 18.110.75
A. Th. Waalberg 1
A.Th.Waalberg 1
A.Th.Waalberg Kinkerstraat 60-62
B. Oet 1
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3