Ambbtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambbtelijke correspondentie (brief). 31 mei 1943. Onbekend (waarschijnlijk de Burgemeester of een wethouder, gezien de geadresseerde en het onderwerp). No. 46^a/148/4 M. 1943 1/6
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. L.M. No. 363 Bijlagen Uw brief: Datum: 31 Mei 1943.
-1943-
Onderwerp:
Bij Uw schrijven d.d. 13 Mei j.l. No. 46a/148/3 M, mede-onderteekend door den Gemeentelijken Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden, deed U mij een concept-schrijven toekomen aan den Directeur der Nederlandsche Visscherij Centrale, met verzoek daarover mijn oordeel te mogen vernemen.
Naar aanleiding hiervan deel ik U mede, dat ik tegen dit concept de volgende bedenkingen heb.
Rooken van aal en paling.
* Tegen een algemeen rookverbod van aal en paling bestaat bij mij overwegend bezwaar. De door U zelf genoemde bezwaren (sluiting van rookerijen, onvermijdelijkheid van rooken bij warm weer) hiertegen, acht ik van grooter belang dan de voordeelen, welke uit een rookverbod voortvloeien.
Bovendien acht ik het artikel "gerookte aal en paling" een dusdanig gewild artikel door de bevolking, dat ik er niet toe wensch mede te werken, dat dit artikel geheel van de markt verdwijnt.
Nochtans bestaat er mijnerzijde geen bezwaar tegen, dat Uwerzijds maatregelen worden genomen, waardoor de verkoop van gerookte aal en
(Noot: De tekst breekt hier af aan de onderzijde van de pagina.)
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
20826 10-42-5000 Dit document is een ambtelijke reactie op een voorstel om het roken van aal en paling te verbieden. De auteur van de brief (namens het gemeentebestuur) spreekt zich krachtig uit tegen dit verbod. De argumentatie is drieledig:
1. Economisch/Praktisch: Het sluiten van rokerijen wordt als een te groot nadeel gezien.
2. Voedseltechnisch: Roken is noodzakelijk voor de houdbaarheid van de vis, zeker bij warm weer (gezien de beperkte koelmogelijkheden in die tijd).
3. Sociaal-maatschappelijk: Gerookte paling is een zeer geliefd product onder de Amsterdamse bevolking; de gemeente wil niet verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen van dit volksvoedsel van de markt.
De toon is formeel maar beslist. Het document laat zien dat de gemeente Amsterdam probeerde de lokale belangen en voedselvoorziening te beschermen tegen verregaande beperkende maatregelen. De datum van de brief, 31 mei 1943, is cruciaal voor het begrip van de tekst. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Voedselschaarste: In 1943 was de voedselsituatie precair. Producten waren op de bon en de distributie werd streng gecontroleerd door instanties zoals de genoemde "Nederlandsche Visscherij Centrale" (een door de bezetter gecontroleerd orgaan).
* Distributie: De verwijzing naar de "Gemeentelijken Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden" onderstreept hoe zeer de voedselketen onder overheidscontrole stond.
* Overleving: In een tijd van schaarste was het behoud van lokale voedselbronnen en conserveringsmethoden (zoals roken) van vitaal belang voor de stad. De weigering van de gemeente om mee te werken aan een verbod kan worden gezien als een poging om de rust onder de bevolking te bewaren door een populair voedingsmiddel beschikbaar te houden.