Handgeschreven rapport/brief op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven rapport/brief op gelinieerd papier. 3 maart 1944 (met latere aantekeningen tot 28 maart 1944). J. Schobbes. A.H. de Haer, Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. [Links bovenin, schuin geschreven:]
Ingebragt
Des.
[Rechts bovenin:]
Aan den Heer
A. H. de Haer
Inspecteur v/h Marktwezen
Alhier.
[Midden:]
Rapport.
Hierbij deel ik u mede dat van de partij versche bliek
genoteerd in rapport d.d. 14/2-'44 de resultaten zijn als volgt.
Ploeg G. Hendriks. Jr 400 kg versche bliek, en ploeg F. Sterkenburg
400 kg versche bliek, hebben deze bliek gecombineerd gerookt.
Resultaat is: gerookte bliek ingebracht aan de Gem. Vischmarkt op:
15/2-'44 70 kg, 16/2-'44 64 kg en 17/2-'44 65 kg tezamen 204 kg, dit is het
resultaat van 400 kg versche bliek.
De andere 400 kg bliek is afgekeurd door den keurmeester J. Snoek.
(Zie afkeuringsbriefje.)
Genoemde G. Hendriks. Jr verzocht mij toen ik hem heden om
het afkeuringsbriefje vroeg dat hij gaarne voor de afgekeurde
bliek een schade vergoeding wenste.
A'dam 3 Maart '44
J. Schobbes.
[Onderaan, in rood potlood/inkt geschreven:]
M. de Haer
mondeling afgedaan. Geen aanleiding
m.i. tot vergoeding.
Bespr. op 28-3-44
[Rechts onderaan, stempel-achtige aantekening in rood:]
Insp. besproken
14-3-44
S Dit document is een ambtelijk rapport van J. Schobbes aan inspecteur De Haer betreffende de verwerking van een grote partij "versche bliek" (een soort zoetwatervis). Het rapport stelt vast dat twee teams (Ploeg G. Hendriks Jr. en Ploeg F. Sterkenburg) elk 400 kg bliek hadden ontvangen om te roken.
Van de eerste 400 kg werd na het roken 204 kg afgeleverd bij de Gemeentelijke Vischmarkt in Amsterdam, verdeeld over drie dagen in februari 1944. De overige 400 kg verse vis werd echter door keurmeester J. Snoek afgekeurd. G. Hendriks Jr. vraagt via Schobbes om een schadevergoeding voor deze afgekeurde partij.
Uit de rode kanttekeningen onderaan blijkt dat het verzoek om schadevergoeding is afgewezen ("Geen aanleiding m.i. tot vergoeding") en dat de zaak op 28 maart 1944 mondeling is afgehandeld door De Haer. Het document dateert van maart 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en de distributie van schaarse middelen zoals vis stond onder streng toezicht van instanties zoals het Marktwezen.
De afkeuring van 400 kg vis was in die tijd een aanzienlijk verlies voor de betrokkenen en de voedselvoorraad. Het feit dat er officieel gerapporteerd wordt over deze hoeveelheden en dat er een claim voor schadevergoeding wordt ingediend, illustreert de bureaucratische controle op de voedselketen tijdens de oorlogsjaren. De term "bliek" (vaak jonge haring of aanverwante vissoorten) werd in de oorlog veel gegeten als vervanger voor luxere vissoorten die minder beschikbaar waren.