Handgeschreven brief (correspondentie)
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie) 4 februari 1944 Een onbekende burger (waarschijnlijk een vishandelaar of iemand met een specifieke toewijzing). 847
A.dam 4 Februari 1944
Nº 46A/34/1 M. 1944
20/2 [onleesbaar monogram]
Geachte Heer ter Haar!
Zoovals u misschien vernomen
zult hebben lig ik reeds
6 weken in het Binnengasthuis
voor blindendarm ontsteking
En voorloopig moet ik er
nog langer liggen
Nu kan mijn vrouw
niet persoonlijk de visch
komen halen op mijn
toewijzing van de vischmarkt.
Dit doet Verbeek,
nu wil het geval als
mijn vrouw de marktopzichter
er mede in kennis [stelt],
genaamd de Heer Frij,
dat ze visch heeft ontvangen * Afzender: Een onbekende burger (waarschijnlijk een vishandelaar of iemand met een specifieke toewijzing).
* Geadresseerde: De heer Ter Haar (mogelijk een ambtenaar bij de Voedselvoorziening of het Marktwezen).
* Inhoud: De schrijver meldt dat hij al zes weken in het Binnengasthuis (Amsterdam) ligt vanwege een blindedarmontsteking. Vanwege zijn hospitalisatie kan hij niet zelf zijn vis-toewijzing ophalen op de markt. Hij machtigt een zekere 'Verbeek' om dit te doen. Hij wil dat de marktopzichter, de heer Frij, hiervan op de hoogte is, zodat zijn vrouw de vis rechtmatig in ontvangst kan nemen.
* Stijl: Formeel-administratief, maar met een persoonlijke, dwingende ondertoon vanwege de medische omstandigheden. Dit document stamt uit februari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van strikte distributie en rantsoenering van voedsel, waaronder vis. Toewijzingen waren persoonsgebonden en streng gecontroleerd. De brief illustreert de bureaucratische hindernissen waar burgers mee te maken kregen wanneer zij door ziekte niet aan hun administratieve verplichtingen konden voldoen om hun voedselrantsoen veilig te stellen. Het genoemde 'Binnengasthuis' was een prominent ziekenhuis in het centrum van Amsterdam. Ter Haar (De heer) Marktwezen
Samenvatting
- Afzender: Een onbekende burger (waarschijnlijk een vishandelaar of iemand met een specifieke toewijzing).
- Geadresseerde: De heer Ter Haar (mogelijk een ambtenaar bij de Voedselvoorziening of het Marktwezen).
- Inhoud: De schrijver meldt dat hij al zes weken in het Binnengasthuis (Amsterdam) ligt vanwege een blindedarmontsteking. Vanwege zijn hospitalisatie kan hij niet zelf zijn vis-toewijzing ophalen op de markt. Hij machtigt een zekere 'Verbeek' om dit te doen. Hij wil dat de marktopzichter, de heer Frij, hiervan op de hoogte is, zodat zijn vrouw de vis rechtmatig in ontvangst kan nemen.
- Stijl: Formeel-administratief, maar met een persoonlijke, dwingende ondertoon vanwege de medische omstandigheden.
Historische Context
Dit document stamt uit februari 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van strikte distributie en rantsoenering van voedsel, waaronder vis. Toewijzingen waren persoonsgebonden en streng gecontroleerd. De brief illustreert de bureaucratische hindernissen waar burgers mee te maken kregen wanneer zij door ziekte niet aan hun administratieve verplichtingen konden voldoen om hun voedselrantsoen veilig te stellen. Het genoemde 'Binnengasthuis' was een prominent ziekenhuis in het centrum van Amsterdam.