Getypte zakelijke brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte zakelijke brief (doorslag op dun papier). 5 april 1944. De Directeur (vermoedelijk van een visafslag of gemeentelijke instantie, waarschijnlijk te Volendam gezien de referentie bovenaan). De Directeur van de Rijksdienst ter Uitvoering van Zuiderzeesteunwet te Amsterdam. 46a/46/2M. VB/SV.
A.Koning - Volendam.
5 April 1944.
Den Heer Directeur van de
Rijksdienst ter Uitvoering
van Zuiderzeesteunwet
Jac.Obrechtstraat 67
Amsterdam-Zuid.
===================
In antwoord op Uw brief d.d. 16 Maart
jl. no.258 Afd. Artikel 13 en ter bevestiging
van U reeds telefonisch gedane mededeelingen,
heb ik de eer U het volgende te berichten.
Gedurende langen tijd is de aanvoer
van visch aan den afslag te dezer stede
inderdaad zeer gering geweest. Voor zoover
betrokkene uitsluitend daarvan moest be-
staan -hetgeen dezerzijds uiteraard niet
kan worden beoordeeld- biedt de toewijzing
welke hij te Amsterdam ontvangt geen vol-
doende middel van bestaan. Sedert de vorige
week heeft er weder een zeer ruime aanvoer
van visch plaats. Het is echter niet te
zeggen van hoe langen duur dit zal zijn.
De Directeur, * **Kern van de correspondentie:** De brief dient als bewijsvoering voor een steunaanvraag in het kader van de Zuiderzeesteunwet. De schrijver bevestigt dat er een lange periode van zeer lage visaanvoer is geweest, waardoor de betreffende visser (A. Koning uit Volendam) onvoldoende inkomen had.
- Inkomenspositie: Er wordt expliciet gesteld dat de huidige "toewijzing" (waarschijnlijk een eerdere uitkering of rantsoen) die de visser in Amsterdam ontvangt, niet volstaat als middel van bestaan wanneer de vangst tegenvalt.
- Actualiteit: Hoewel de situatie net is verbeterd ("zeer ruime aanvoer van visch" sinds een week), benadrukt de schrijver de onzekerheid van de visserij door te stellen dat de duur van deze voorspoed ongewis is.
- Administratieve context: De verwijzing naar "Artikel 13" duidt op de specifieke juridische grondslag binnen de steunwet waarop de aanvraag of de toetsing is gebaseerd. * Zuiderzeesteunwet (1925): Deze wet was in het leven geroepen om vissers financieel te compenseren voor de schade die zij leden door de afsluiting van de Zuiderzee (voltooid in 1932). Door de overgang van zout naar zoet water veranderde de visstand ingrijpend, wat voor veel vissersfamilies in plaatsen als Volendam leidde tot armoede.
- De Tweede Wereldoorlog (1944): Ten tijde van deze brief was Nederland bezet door nazi-Duitsland. De visserij was in deze periode extra zwaar door brandstoftekorten, vorderingen van schepen en door de Duitsers ingestelde 'Sperrgebiete' (verboden gebieden) op het water. De voedselvoorziening was precair, waardoor de visaanvoer niet alleen economisch, maar ook voor de algemene voedselvoorraad van groot belang was.
- Bureaucratie onder bezetting: Ondanks de oorlog gingen de reguliere overheidstaken, zoals de uitvoering van de Zuiderzeesteunwet, door. Dit document toont de ambtelijke weg die bewandeld moest worden om sociale steun te rechtvaardigen in een tijd van grote schaarste. A. Koning