Handgeschreven notitie / briefdeel
Origineel
Handgeschreven notitie / briefdeel 16 september 1943 (met referentie naar 11 september 1943) hiervomtrent echter
niets zwart op wit
hebben, noch van ons,
noch van de zijde der
Centrale.
Van bovenbedoeld ge-
sprek is echter Mr.
Vrijstighilt getuige
geweest. (Ik heb deze
aangelegenheid op 11/9 1943
tijdens een bezoek aan
Den Haag in mijn vacantie
mondeling met de Heeren
besproken.
[Handtekening: Th. Duinhoven]
16/9 1943. Het document is een korte, zakelijke verklaring waarin wordt vastgesteld dat er geen schriftelijk bewijs ("niet zwart op wit") bestaat van een bepaalde afspraak of besluit, noch vanuit de schrijver/zijn organisatie, noch vanuit "de Centrale". Om de rechtsgeldigheid of het bestaan van de afspraak toch te staven, voert de schrijver een getuige aan: een zeker "Mr. Vrijstighilt" (de titel 'Mr.' duidt op een jurist).
De schrijver geeft aan dat hij de kwestie op 11 september 1943 persoonlijk heeft besproken met "de Heeren" in Den Haag, terwijl hij officieel met vakantie was. Dit wijst op een zekere urgentie of plichtsbesef. De toon is formeel en verklarend. De datum (september 1943) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De term "de Centrale" kan in deze context verwijzen naar verschillende overheids- of distributieorganen die in die tijd de economie reguleerden (zoals de Rijksinspectie voor de Voedselvoorziening of andere centrale bureaus).
Het ontbreken van schriftelijke stukken was in de oorlogsjaren niet ongebruikelijk, soms uit noodzaak door bureaucratische chaos, soms opzettelijk om geen papieren spoor na te laten voor de bezetter. Het feit dat de bespreking in Den Haag plaatsvond, het toenmalige bestuurscentrum, bevestigt het officiële karakter van de ontmoeting. De naam "Vrijstighilt" is specifiek, maar zou ook een variant kunnen zijn van namen als "Vrijstigh" of "Vrijling". De handtekening lijkt "Th. Duinhoven" of "Duinhove" te spellen.
Samenvatting
Het document is een korte, zakelijke verklaring waarin wordt vastgesteld dat er geen schriftelijk bewijs ("niet zwart op wit") bestaat van een bepaalde afspraak of besluit, noch vanuit de schrijver/zijn organisatie, noch vanuit "de Centrale". Om de rechtsgeldigheid of het bestaan van de afspraak toch te staven, voert de schrijver een getuige aan: een zeker "Mr. Vrijstighilt" (de titel 'Mr.' duidt op een jurist).
De schrijver geeft aan dat hij de kwestie op 11 september 1943 persoonlijk heeft besproken met "de Heeren" in Den Haag, terwijl hij officieel met vakantie was. Dit wijst op een zekere urgentie of plichtsbesef. De toon is formeel en verklarend.
Historische Context
De datum (september 1943) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De term "de Centrale" kan in deze context verwijzen naar verschillende overheids- of distributieorganen die in die tijd de economie reguleerden (zoals de Rijksinspectie voor de Voedselvoorziening of andere centrale bureaus).
Het ontbreken van schriftelijke stukken was in de oorlogsjaren niet ongebruikelijk, soms uit noodzaak door bureaucratische chaos, soms opzettelijk om geen papieren spoor na te laten voor de bezetter. Het feit dat de bespreking in Den Haag plaatsvond, het toenmalige bestuurscentrum, bevestigt het officiële karakter van de ontmoeting. De naam "Vrijstighilt" is specifiek, maar zou ook een variant kunnen zijn van namen als "Vrijstigh" of "Vrijling". De handtekening lijkt "Th. Duinhoven" of "Duinhove" te spellen.