Brief (ingekomen voorstel).
Origineel
Brief (ingekomen voorstel). 7 mei 1944. Afdeling Distributieperikelen (Gemeente Amsterdam). [Linksboven]
b. v. b.
Th. van Meurs
[Midden boven, stempel]
Nº 46A/84/1 M. 1944 9/5
[Rechtsboven]
Amsterdam 7 Mei 1944
[Rechts midden]
Aan de afd. Distributieperikelen
[Diagonaal door de tekst]
v. Th. van Meurs
geheugen
[Inhoud]
Mijn heeren
Naar aanleiding van Uw vischperikel
wilde ik U vragen, is het geen aanbeveling de
visch te verkoopen gelijk de groente, (met een vischkaart,)
hetzij bij de vischwinkel in de buurt, die dan
gelijk de groenteman de nummers die aan de
beurt zijn, op de ramen schrijft. Is er geen visch
zaak, dan een venter op een plein. Bijv. ± 5
straten, die visch kunnen kopen tot 4 uur, na
4 uur wordt de rest vrij verkocht. Zoo gaat die
venter van buurt tot buurt, tot dat hij zijn
wijk afgewerkt heeft. enz enz.
Zoo krijgt ieder een beurt, en niet
altijd de zelfde menschen.
Wanneer een vischkaart te lastig is, dan
is het persoonsbewijs er ook nog. Wanneer er ± 500
gezinnen in de groep zijn, dan moet hij ruim vol-
doende hebben, er mede blijven zitten is uit-
gesloten, daar er na 4 uur genoeg liefhebbers
zijn. In de laatste tijd verkoopen de de [einde pagina] * Inhoud: De schrijver (een burger van Amsterdam) doet een concreet voorstel om de distributie van vis eerlijker en efficiënter te organiseren. Het huidige systeem leidt blijkbaar tot onvrede ("vischperikel").
* Voorgestelde methode: De schrijver stelt voor om vis te verkopen op basis van nummers (vergelijkbaar met de groentedistributie), waarbij buurtgenoten op toerbeurt aan de beurt komen. De nummers zouden op de winkelruiten moeten worden aangegeven. Voor buurten zonder viswinkel wordt een "venter op een plein" voorgesteld.
* Controle: Er wordt voorgesteld om de viskaart of het persoonsbewijs als controlemiddel te gebruiken om te voorkomen dat steeds dezelfde mensen vis bemachtigen.
* Economische logica: De schrijver merkt op dat er na 16:00 uur "vrij" verkocht kan worden om te voorkomen dat de vis bederft, aangezien er in oorlogstijd altijd genoeg "liefhebbers" (kopers) zijn voor de overgebleven voorraad. * Tijdsbeeld: Mei 1944. Nederland is bezet door nazi-Duitsland. Er heerst grote schaarste aan voedsel en brandstof. Alles is "op de bon".
* Distributiestelsel: Het distributiesysteem was complex en fraudegevoelig. Burgers schreven vaak brieven aan de gemeente met klachten of suggesties voor verbetering, omdat de lange rijen voor winkels vaak tot niets leidden als de voorraad op was voordat men aan de beurt kwam.
* Visdistributie: Vis was een van de weinige eiwitbronnen die soms nog buiten het strenge vleesrantsoen viel, maar de aanvoer was onregelmatig en de distributie ervan zorgde vaak voor chaos en "perikelen" op straat.
* Th. van Meurs: De naam die herhaaldelijk in de kantlijn verschijnt, verwijst waarschijnlijk naar Theodorus van Meurs, die destijds betrokken was bij het Amsterdamse distributieapparaat of sociale zaken. De notitie "geheugen" wijst erop dat de brief als herinnering of agendapunt diende voor een bespreking. Gemeente Amsterdam