Ambtelijke notitie / Memorandum met kanttekeningen.
Origineel
Ambtelijke notitie / Memorandum met kanttekeningen. 9 juni 1944. [Marginale notitie in de linker marge, verticaal geschreven:]
Zouden deze gevallen ook niet door personeel van het Marktwezen kunnen worden gecontroleerd en tegengegaan?
[Hoofdtekst:]
... te verkoopen anders dan op de officieele standplaatsen en winkels bestaat niet krachtens het 17e Uitvoeringsbesluit, terwijl voorts een ventverbod voor visch, uitgevaardigd door den Burg. van kracht is. Voor zover de Dienst hiervoor personeel beschikbaar heeft, wordt hieraan dezerzijds aandacht besteed. Het komt ons echter gewenscht voor, dat een en ander nog eens onder de aandacht van den Wnd. Politiepresident wordt gebracht, waarbij dan speciaal op den clandestienen handel in de Joubertbuurt zou worden gewezen.
[Handgeschreven toevoeging onderaan in donkerder inkt:]
Een verbod om buiten de markt te verkoopen bestaat reeds.
[Verslag van bespreking, onder de streep:]
Besproken met Directeur op 9/6-’44. Afgesproken dat een ander briefje wordt gemaakt waarin zal worden gewezen op:
a. de vaststelling dat de bedoelde visch niet uit de officiële verdeeling afkomstig is;
b. dat ze clandestien in de stad komt;
c. dat de visch afkomstig is van het 10% overschot;
d. dat de door politie, C.C.D. of Marktambtenaar op de plaats van de aangetroffen visch tegen de geldende prijs verkocht dient te worden.
[geparafeerd] 9/6-’44 * Problematiek: Het document beschrijft de strijd tegen de zwarte handel (clandestiene handel) in vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er wordt specifiek verwezen naar de Joubertbuurt (Amsterdam-Oost), een wijk die destijds bekendstond om actieve straathandel, vaak uit noodzaak geboren door de schaarste.
* Juridisch kader: Men beroept zich op het "17e Uitvoeringsbesluit" en een ventverbod van de Burgemeester. De tekst illustreert de bureaucratische controle op de voedselvoorziening.
* Handhaving: Er wordt gesuggereerd om de politie (onder leiding van de Waarnemend Politiepresident) in te schakelen, maar ook de inzet van het Marktwezen en de C.C.D. wordt besproken.
* Maatregel: Een opvallend detail is punt 'd', waarin wordt besloten dat in beslag genomen vis direct ter plaatse tegen de officiële prijs aan het publiek verkocht moet worden. Dit was een methode om te voorkomen dat de vis zou bederven en om de zwarte markt direct te ondermijnen. Dit document stamt uit juni 1944, een periode van extreme schaarste in bezet Nederland. De visvoorziening was onderworpen aan een streng distributiesysteem. De "C.C.D." (Centrale Controledienst) was de instantie die toezag op de naleving van de distributiewetten en prijsbeheersing. Het genoemde "10% overschot" verwijst naar de regeling waarbij een klein deel van de vangst buiten de directe distributiebonnen om mocht worden verhandeld, maar nog steeds binnen strikte prijsregels. De spanning tussen de formele regels van de bezetter/overheid en de informele overlevingsstrategieën van de bevolking (clandestiene handel) is in deze ambtelijke correspondentie duidelijk voelbaar.