Archief 745
Inventaris 745-430
Pagina 197
Dossier 27
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / brief.

17 juli 1944. Van: Onbekend (waarschijnlijk een lokale ambtenaar of marktmeester). Aan: De Heer Directeur van het Bedrijfschap (waarschijnlijk het Bedrijfschap voor de Vischhandel).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / brief. 17 juli 1944. Onbekend (waarschijnlijk een lokale ambtenaar of marktmeester). De Heer Directeur van het Bedrijfschap (waarschijnlijk het Bedrijfschap voor de Vischhandel). A’dam, 17/7 1944
Den Heer Directeur of het
Bedrijfschap enz.

46 A/9413 [in rood potlood]

Naar aanleiding van
Uw brieven d.d. 19 Mei en
5 Juli j.l. no’s 11344 AZ/Hi en
14539 AZ/Ho. bericht ik
u, dat de kleinhandelaar
in visch P. Vries Sz. sedert
den aanvang der verveiling [mogelijk: verreening/verevening]
van visch te dezer stede, d.i.
Mei 1942, is ingedeeld ge-
weest als marktkoopman.
Wel is waar heeft Vries
gedurende zijn bestaan als visch-
koopman verschillende winkels
geëxploiteerd, doch de laatste jaren
voor den oorlog verkocht hij zijn
visch in hoofdzaak op de
dagmarkt Lindengracht. Daarnaast
had hij, zooals verschillende
kooplieden van de Lindengracht Deze brief dient als bewijsvoering of toelichting voor de officiële status van een visdetailhandelaar, P. Vries Sz. De kern van het schrijven is het vaststellen of Vries als winkelier of als marktkoopman moet worden beschouwd.

De schrijver bevestigt dat Vries, hoewel hij in het verleden diverse winkels heeft gehad, in de jaren direct voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog hoofdzakelijk actief was op de dagmarkt aan de Lindengracht in de Jordaan. Om die reden is hij sinds de invoering van nieuwe distributieregelingen in mei 1942 officieel geclassificeerd als "marktkoopman". Dit onderscheid was cruciaal voor de toewijzing van voorraden en vergunningen onder het distributiestelsel van de bezettingstijd.

De handschriftelijke stijl is zakelijk en typisch voor de administratieve taal van die periode, met gebruik van afkortingen zoals "d.d." (de dato), "j.l." (jongstleden) en "d.i." (dit is). Het document is geschreven in juli 1944, een periode van extreme schaarste en strikte regulering in het bezette Nederland. Het "Bedrijfschap" waarnaar verwezen wordt, was onderdeel van de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie die door de bezetter was opgelegd om de economie en de voedselvoorziening te controleren.

In mei 1942 (de datum die in de brief wordt genoemd) werden veel regelingen omtrent de handel in vis aangescherpt, waaronder de verplichte veiling of "verevening" (prijsregulatie). De Lindengrachtmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam; de status van een koopman daar bepaalde hoeveel vis hij mocht inkopen en tegen welke prijzen hij deze mocht verkopen. De brief illustreert de bureaucratische processen die zelfs in de laatste oorlogsjaren doorgingen om de handelaren in kaart te brengen.

Samenvatting

Deze brief dient als bewijsvoering of toelichting voor de officiële status van een visdetailhandelaar, P. Vries Sz. De kern van het schrijven is het vaststellen of Vries als winkelier of als marktkoopman moet worden beschouwd.

De schrijver bevestigt dat Vries, hoewel hij in het verleden diverse winkels heeft gehad, in de jaren direct voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog hoofdzakelijk actief was op de dagmarkt aan de Lindengracht in de Jordaan. Om die reden is hij sinds de invoering van nieuwe distributieregelingen in mei 1942 officieel geclassificeerd als "marktkoopman". Dit onderscheid was cruciaal voor de toewijzing van voorraden en vergunningen onder het distributiestelsel van de bezettingstijd.

De handschriftelijke stijl is zakelijk en typisch voor de administratieve taal van die periode, met gebruik van afkortingen zoals "d.d." (de dato), "j.l." (jongstleden) en "d.i." (dit is).

Historische Context

Het document is geschreven in juli 1944, een periode van extreme schaarste en strikte regulering in het bezette Nederland. Het "Bedrijfschap" waarnaar verwezen wordt, was onderdeel van de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie die door de bezetter was opgelegd om de economie en de voedselvoorziening te controleren.

In mei 1942 (de datum die in de brief wordt genoemd) werden veel regelingen omtrent de handel in vis aangescherpt, waaronder de verplichte veiling of "verevening" (prijsregulatie). De Lindengrachtmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam; de status van een koopman daar bepaalde hoeveel vis hij mocht inkopen en tegen welke prijzen hij deze mocht verkopen. De brief illustreert de bureaucratische processen die zelfs in de laatste oorlogsjaren doorgingen om de handelaren in kaart te brengen.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Gerelateerde Documenten 5