Anonieme brief met ambtelijke kanttekeningen en een logboek van leveringen.
Origineel
Anonieme brief met ambtelijke kanttekeningen en een logboek van leveringen. 30 mei 1944 tot 25 september 1944. [Hoofdtekst in inkt]
Voor U zal het een goede raad zijn en op
prijs zal stellen om niet langs een andere
weg dit onrecht op zal heffen.
Jammer dat wij ons naam niet kunnen
noemen, maar het is hoogst vertrouwelijk
Bij voorbaat onze dank
Eenige uitgeslotenen van het eten
van visch en zullen met
belangstelling dit gade slaan
[Linkerkant, aantekeningen in potlood/pen]
Met Hr. Ponne
besproken.
3/5 21 [?]
toestel 42
Wachtcommandant
direct telefonisch
waarschuwen
wanneer visch wordt
aangevoerd.
Wachtcommandant is door
Hr. Ponne ingelicht.
31-5-'44
de Haan
[Linksonder, logboek in potlood]
1/6 '44 doorgegeven, voor 2/6
aanvoer wordt verwacht.
z.g.
17/7 '44 is aanvoer 17/7 P.
24/7 '44 komt aanvoer ± 14 uur P.
25/7 '44 om " " ± 14 uur P.
14/8 '44 12 " " ± 14.30 uur P.
[Rechterkant, aantekeningen in rood potlood]
anoniem
bericht vermeldt
visch bij de Rijksvisscherij
[onleesbare paraaf]
Insp. onderzoek
Spoor (CCD)
30-5-'44
[paraaf]
[Midden onder, in blauwe pen]
opbergen
25-9-'44
de Haan * Inhoud: De kern van het document is een anonieme waarschuwing aan een autoriteit (mogelijk de leiding van een distributiepunt of de Rijksvisscherij). De schrijvers, die zich identificeren als "eenigen uitgeslotenen van het eten van visch", beklagen zich over een "onrecht". Ze suggereren dat als dit onrecht niet wordt hersteld, zij "langs een andere weg" actie zullen ondernemen.
* Ambtelijke reactie: De brief is zeer serieus genomen. De rode aantekeningen wijzen op een onderzoek door de Crisis Controle Dienst (CCD), de instantie die toezag op de naleving van de distributieregels. Er is een protocol opgesteld waarbij de wachtcommandant direct gebeld moet worden zodra er vis wordt aangevoerd.
* Toon: De brief is dreigend maar beleefd ("goede raad", "bij voorbaat onze dank"). De ambtelijke notities zijn zakelijk en procedureel.
* Observatie: Het logboek linksonder toont aan dat de situatie maandenlang gemonitord is (van mei tot augustus), wat aangeeft dat de schaarste en de controle daarop een structureel probleem vormden. Dit document is een treffend voorbeeld van de spanningen rondom de voedselvoorziening in Nederland tijdens de latere jaren van de Tweede Wereldoorlog (1944). Vis was, naast andere basisbehoeften, schaars en de distributie ervan was streng gereguleerd. Onrechtvaardigheid in de verdeling – of het nu ging om corruptie, vriendjespolitiek of zwarte handel – leidde tot grote frustratie en wanhoop onder de bevolking.
De Crisis Controle Dienst (CCD) had de taak om dit soort misstanden aan te pakken, maar werd door de bevolking vaak gewantrouwd. De anonieme schrijvers kiezen voor een directe waarschuwing, wat wijst op de sociale druk en de bereidheid tot (mogelijk gewelddadig of illegaal) verzet tegen oneerlijke distributie. De vermelding van "Rijksvisscherij" duidt op de centrale overheidsinstantie die de visserijsector controleerde. Het document eindigt met "opbergen" in september 1944, de periode waarin de voedselvoorziening in West-Nederland kritiek werd (vlak voor de Hongerwinter).