Archiefdocument
Origineel
27 mei 1944 De ambtenaar W. Niesing Den Inspecteur van het Marktwezen [Linkerbovenhoek, stempel en handschrift]
Nº 46A/104/1 M.1944 5/6
Inzien Dir. [?]
[Rechterbovenhoek]
Amsterdam 27-5-44
markt Pretoriusplein
[Hoofdtekst]
Aan den Inspecteur marktwezen
Zaterdagavond kwamen aan de markt om ± 8 uur K.C. Jansen, J Keus en K. Klok.
Het publiek was zeer ontevreden over het lange wachten, daar zij reeds om 5 uur in de rij waren opgesteld.
Toen de beide kooplieden Jansen en Keus waren uitverkocht werd door eenige menschen gezegd (wat door het publiek in de rij natuurlijk werd overgenomen) dat zij veel te weinig visch verkochten en zoo doende te veel mede naar huis namen, daarop heb ik laten wegen wat zij medenamen. Keus 1 kg en Jansen had ± 3 kg waarvan ik Jansen nog 1 kg aan het publiek laten verkopen.
Daarna heb ik K. Klok gecontroleerd en heb ik vastgesteld dat Klok aan 89 personen ruim 40 kg visch heeft verkocht.
Oorzaak hiervan was de groote visch welk zeer nadelig was om per kg uit te wegen, meerdere malen moest er 1½ kg en meer aan een persoon worden verkocht.
Het wachten is voor het publiek een ergenis en met de warmte haast niet te dragen wat ook zaterdag mede de oorzaak was dat er drie menschen buiten bewustzijn geraakten wat ook zeer prikkelbaar op het publiek werkte, te meer daar ik aan een dochter van een dezer drie personen visch weigerde te verkopen om dat zij nog niet aan de beurt was.
De ambtenaar
W. Niesing
[Marginale aantekeningen en voetnoten]
[Linksonder in schuin schrift]
Waarom zijn Keus en Jansen niet gecontroleerd? 9-6-44 [Paraaf]
[Onderaan in rood potlood/inkt]
Insp.
Het moet niet voorkomen dat er eerst aanmerking komt van het publiek voordat de ambtenaar controleert wat de koopman van zijn dis "meeneemt" 7-6-44 [Paraaf]
[Rechtsonder in rood potlood/inkt]
Gezien 23-6-44 [Paraaf] Dit document is een rapport van een marktambtenaar (W. Niesing) aan de Inspecteur van het Marktwezen over incidenten op de markt aan het Pretoriusplein in Amsterdam. De kern van de rapportage is de onvrede van het publiek die urenlang in de rij stond voor vis (vanaf 17:00 uur, terwijl de kooplieden pas om 20:00 uur verschenen).
Er zijn drie hoofdpunten in het verslag:
1. Fraude door kooplieden: Kooplieden Jansen en Keus hielden vis achter voor eigen gebruik ("mee naar huis nemen") terwijl de voorraad voor het publiek op was. Pas na protest van de menigte greep de ambtenaar in en liet hij de achtergehouden vis wegen en deels alsnog verkopen.
2. Efficiëntieproblemen: Koopman Klok kon slechts een beperkt aantal mensen helpen (89 personen met 40 kg vis) omdat de vissen te groot waren om exact per kilo af te wegen, waardoor grotere porties verkocht moesten worden en de voorraad sneller op was.
3. Openbare orde en menselijk lijden: Door de hitte en het lange wachten vielen drie mensen flauw. De sfeer was gespannen ("prikkelbaar"), wat verergerd werd doordat de ambtenaar strikt de volgorde van de rij handhaafde, zelfs voor familieleden van degenen die onwel waren geworden.
De krabbels in de marge en onderaan tonen de reactie van de superieuren. Zij uiten scherpe kritiek op Niesing: hij had de kooplieden uit eigen beweging moeten controleren en niet pas nadat het publiek begon te morren. Het document dateert van mei/juni 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze periode werd gekenmerkt door extreme schaarste, strenge voedseldistributie en een bloeiende zwarte markt.
- Voedselschaarste: Dat mensen drie uur van tevoren in de rij gaan staan voor vis illustreert de wanhoop en de tekorten. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die soms nog buiten het strengste bonnenstelsel om (of tegen minder punten) verkrijgbaar was, al was de aanvoer onregelmatig.
- Corruptie en controle: Het achterhouden van goederen door handelaren was een groot probleem. Ambtenaren van het Marktwezen hadden de taak om eerlijke distributie te waarborgen, maar zoals uit de kritiek onderaan blijkt, werd er vaak laks opgetreden of pas na escalatie.
- Locatie: Het Pretoriusplein ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. In 1944 was deze buurt, die voorheen een grote Joodse populatie had, grotendeels leeggehaald door deportaties, maar de markt bleef een centraal punt voor de resterende en nieuwe bewoners van het stadsdeel.
- Bureaucratie onder bezetting: De toon van het document is puur administratief en ambtelijk, ondanks de dramatische beschrijving van mensen die flauwvallen van de honger en hitte. Dit typeert de bureaucratische afhandeling van de dagelijkse ellende tijdens de bezettingsjaren.