Handgeschreven conceptbrief (klad).
Origineel
Handgeschreven conceptbrief (klad). 26 januari 1939. [Linksboven:]
Concept 29/5/2
bij No.
Plaatsing “noodwinkel”
op Nieuwmarkt.
[Rechtsboven:]
A’dam, 26 Januari 1939.
[Geadresseerde:]
Directeur Gen. Bel.
[Inhoud:]
Onder terugzending van de met Uw apostille No. 106 Bel. Pr. 1939 d.d. 19 dezer om advies ontvangen stukken heb ik de eer U te berichten, dat mijnertijds tegen inwilliging van het in die stukken vervatte verzoek geen bezwaar bestaat.
Zoals door den secretaris van mijn dienst met den heer M. v. Breda van Uw afdeeling werd besproken, is het twijfelachtig of in dit geval de verordening op de heffing van markt-, standplaats- en rentgelden, dan wel de Precario-verordening moet worden toegepast. Aangezien de opbrengst voor de Gemeente ~~is dat bij~~ bij toepassing der laatstgenoemde verordening de hoogste is, stel ik U voor, ~~dat dezerzijds~~ dat dezerzijds ter zake geen markt- en standplaatsgeld zal worden geheven, doch dat ~~vanwege Uw~~ Uw afdeeling precario zal worden geïnd.
[Onderaan diverse parafen en data:]
26/1 - 39 [Paraaf]
26/1 39 exp. [Paraaf]
[Paraaf rechtsonder] * Taal en stijl: Het document is geschreven in ambtelijk Nederlands van voor de Tweede Wereldoorlog. Het taalgebruik is formeel en beleefd ("heb ik de eer U te berichten").
* Inhoudelijke kern: De schrijver adviseert positief over het plaatsen van een tijdelijke winkel (noodwinkel) op de Nieuwmarkt. De kern van de brief gaat echter over een fiscaal-juridisch vraagstuk: onder welke verordening valt deze activiteit?
* Besluitvorming: Er wordt expliciet gekozen voor de Precario-verordening in plaats van markt- of standplaatsgeld. De reden hiervoor is puur financieel: het levert de gemeente Amsterdam simpelweg meer geld op ("opbrengst ... de hoogste is").
* Documentkenmerken: Als concept bevat het document diverse doorhalingen en boven de regel geschreven correcties, wat inzicht geeft in het redactionele proces van de ambtenaar. * Historische context: Januari 1939. Amsterdam bevond zich in een periode van economisch herstel na de crisis van de jaren '30, maar ook in een tijd van toenemende spanningen in Europa.
* Noodwinkels: "Noodwinkels" werden vaak geplaatst wanneer reguliere panden door sloop of verbouwing (sanering van de binnenstad) niet beschikbaar waren. De Nieuwmarkt was een centrale locatie waar dergelijke tijdelijke voorzieningen vaker voorkwamen.
* Bestuurlijk proces: Dit document illustreert de nauwe samenwerking (en soms het opportunisme) tussen verschillende gemeentelijke diensten. Men overlegde over hoe de gemeentekas het meest efficiënt gespekt kon worden bij het verlenen van vergunningen voor het gebruik van de openbare weg (precariorecht). De genoemde "heer M. van Breda" was waarschijnlijk een bekende ambtenaar binnen de toenmalige dienst Gemeentebelastingen. M. van Breda Gemeente Amsterdam