Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 26 januari 1939. Mevr. E. Arons-Plotske, Sint Antoniesbreestraat 19 II, Amsterdam. M.M. (vermoedelijk de Marktmeester van Amsterdam). 26 Jan 1939 A'dam
Nº 29/6 // M. 1939 27/1
M.M. [rechts:] ni Insp.
Hierbij verzoek ik u om
uitstel van betaling e uitstel voor
't bezetten van mijn plaats op de
Nieuwmarkt. Daar mijn man
weer ernstig ziek is en ik haast niet
op straat kom. In afwachting teken ik
Hoogachtend.
E. Arons-Plotske
St Ant Breestr. 19 II
A'da
[onderaan rechts:] 29 In deze korte brief verzoekt Elizabeth Arons-Plotske om clementie van de Amsterdamse marktautoriteiten. Ze vraagt om twee vormen van uitstel:
1. Uitstel van betaling: Vermoedelijk betreft dit het verschuldigde marktgeld voor haar standplaats.
2. Uitstel van bezetting: De verplichting om op de markt aanwezig te zijn met haar waar.
De reden voor dit verzoek is de ernstige ziekte van haar echtgenoot. Hierdoor is zij genoodzaakt thuis te blijven voor de verzorging, waardoor zij "haast niet op straat" komt en dus geen inkomsten kan genereren. De brief getuigt van de precaire economische situatie van kleine marktkooplieden in die tijd, waarbij ziekte direct leidde tot financiële nood. De brief dateert uit januari 1939, een periode van grote spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De afzender, Elizabeth Arons-Plotske (geboren in 1888), woonde in de Sint Antoniesbreestraat, het hart van de toenmalige Jodenbuurt in Amsterdam. De nabijgelegen Nieuwmarkt was een centrale plek voor de joodse straathandel.
Historische bronnen (zoals de database van het Joods Monument) bevestigen dat de schrijfster en haar gezin de Holocaust niet hebben overleefd. Elizabeth Arons-Plotske werd in 1943 gedeporteerd naar en vermoord in Sobibor. Dit document werpt een schril licht op de alledaagse zorgen — ziekte en het behoud van een marktplaats — van mensen die kort daarna het slachtoffer zouden worden van de nazi-vervolging. E. Arons