Zakelijke brief (rappel).
Origineel
Zakelijke brief (rappel). 9 augustus 1944. Ondervakgroep Veilingen van Visch, IJmuiden (p/a Staatsvisschershavenbedrijf). Directeur van de Gemeentelijke Vischmarkt, Amsterdam. Ondervakgroep
Veilingen van Visch.
IJmuiden.
p/a Staatsvisschershavenbedrijf
Centr.Adm. Geb.Hal C.
$N^{\text{o}} 46^A/164/2$ [stempel:] M.1944 $\frac{10}{8}$
IJmuiden, 9 Augustus 1944.
[handgeschreven in potlood:] no. Dir p
A a n
den Heer Directeur van de Gemeentelijke Vischmarkt.
Amsterdam.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken
de beantwoording van mijn schrijven dd.28 Juli j.l.zooveel
mogelijk te willen bespoedigen.
Hoogachtend,
Ondervakgroep Veilingen
van Visch,
[handtekening]
Secretaris.
[handgeschreven kanttekening linksonder in rood potlood:]
Regeling indertijd getroff
na bespr. op ambt. brief van
Prijsbeh. v. N.V.C.
Vragen van afslaggeld 5% (was 6%) * Inhoud: De brief is een formele herinnering (rappel) aan een eerder schrijven van 28 juli 1944. De afzender dringt aan op een spoedige beantwoording.
* Handgeschreven notities: De rode aantekeningen onderaan zijn vermoedelijk door de ontvangende partij (de Vischmarkt Amsterdam) toegevoegd als korte samenvatting van de brief waarover dit rappel gaat. Hieruit blijkt dat de correspondentie van 28 juli betrekking had op een regeling rondom prijsbeheersing via de N.V.C. en een verzoek om verlaging van het afslaggeld (veilingkosten) van 6% naar 5%.
* Toon: De gehanteerde taal is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de zakelijke etiquette van die tijd. Dit document stamt uit de zomer van 1944, de eindfase van de Duitse bezetting van Nederland. De vissector was in deze periode strikt gereguleerd binnen een corporatieve structuur van "bedrijfschappen" en "vakgroepen". IJmuiden was als belangrijke vissershaven van strategisch belang voor de voedselvoorziening, maar ook zwaar getroffen door de oorlogsomstandigheden en de Atlantikwall-verdedigingswerken. De genoemde N.V.C. (Nederlandsche Visch-Centrale) was de centrale instantie die tijdens de bezetting toezag op de prijsvorming en distributie van vis, bedoeld om de schaarste te beheren en zwarte handel in te dammen. De administratieve continuïteit, zoals blijkt uit deze brief, laat zien dat de bureaucratische processen ondanks de oorlogssituatie nauwgezet werden voortgezet.