Archief 745
Inventaris 745-430
Pagina 457
Dossier 55
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum van de afdeling Voedselvoorziening (waarschijnlijk gemeente Amsterdam).

30 augustus 1944 (verzonden op 31 augustus 1944). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum van de afdeling Voedselvoorziening (waarschijnlijk gemeente Amsterdam). 30 augustus 1944 (verzonden op 31 augustus 1944). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven bovenin:] Verzonden 31/8 [gevolgd door onleesbaar paraaf]

46a/193/1 M.
VD/HB.

30 Augustus 1944.

Vischverdeeling:
rookersvraagstuk.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
===========

Meermalen hebben de ondergeteekenden, zooals U wel bekend is, geschreven over de moeilijkheden, waarin de groep rookers-kleinhandelaren, die in de verdeeling zijn opgenomen, zijn komen te verkeeren, doordat de aal voor den handel is weggevallen. Op allerlei manieren is getracht de rookers aan handel te helpen; zij zijn opgenomen in de mosselenverdeeling(des winters); in de spieringverdeeling (des zomers), terwijl zij eveneens opgenomen werden in de verdeeling van visch van Scheveningen. Een bevredigende oplossing kon tot nu toe niet worden verkregen; de spieringaanvoer is te wisselvallig, terwijl de aanvoer van visch uit Scheveningen zeer is teruggeloopen.

De laatste weken komt er echter weer eenige aanvoer van laatstgenoemde plaats en konden ook de daarvoor in aanmerking komende rookers weer aan handel worden geholpen. In tegenstelling tot den aanvoer uit Scheveningen van eenige maanden geleden bestaat hij thans voor het allergrootste deel uit zeer kleine schol(schol IV = de kleinste maat van ongeveer 15 cm.).

Deze visch is zeer moeilijk te verkoopen en het is op verkoopplaatsen voor de rookers reeds eenige malen voorgekomen, dat deze van de schol niet konden loskomen. Wanneer de schol is ontdaan van kop en vinnen, blijft er zoo weinig van over, dat de bevolking daaraan geen olie of boter wil spendeeren.

Deze moeilijkheid werd ook in de steden Rotterdam en Den Haag ondervonden, reden waarom men er toe is overgegaan, deze kleinste maat schol te laten rooken. Er ontstaat dan een product, dat smakelijk is en dat, naar in bovengenoemde steden is gebleken, vlot wordt verkocht. De vorige week is bij wijze van proef een kleine hoeveelheid schol IV door een Amsterdamschen rooker gerookt; de deskundige commissieleden waren over het resultaat zeer tevreden. Wij geven U daarom in overweging ook in onze stad een dergelijken maatregel te treffen. Het Bedrijfschap voor Visscherijproducten kan met dezen maatregel [tekst onderaan afgebroken] Het document is een ambtelijk schrijven dat een logistiek en economisch probleem aankaart binnen de visvoorziening in Amsterdam tijdens de laatste oorlogsmaanden.

  • De kern van het probleem: Visrokers (kleinhandelaren) zitten zonder werk omdat er geen aal (paling) meer beschikbaar is. Eerdere pogingen om hen te helpen door hen mosselen of spiering te laten verhandelen, zijn mislukt door onregelmatige aanvoer.
  • De huidige situatie: Er komt weer vis uit Scheveningen, maar dit betreft "schol IV", de kleinste sortering (ca. 15 cm). Deze vis is vers onverkoopbaar omdat er na het schoonmaken bijna niets van overblijft. In een tijd van extreme schaarste weigeren consumenten hun kostbare rantsoenen aan bakolie of boter te verspillen aan zulke kleine visjes.
  • De voorgestelde oplossing: Naar voorbeeld van Rotterdam en Den Haag wordt voorgesteld om deze kleine schol te roken. Een lokale proef met een Amsterdamse roker was succesvol. Gerookte schol wordt wel door de bevolking geaccepteerd als een smakelijk product dat geen extra vetstoffen vereist voor de bereiding. De datum van de brief, 30 augustus 1944, is cruciaal. Dit is slechts enkele dagen voor "Dolle Dinsdag" (5 september 1944). Terwijl het zuiden van Nederland op het punt staat bevrijd te worden, kampt het bezette noorden met enorme voedseltekorten die de opmaat vormen naar de Hongerwinter.

Het document illustreert de uiterste inspanningen van de bureaucratie om de voedselvoorziening gaande te houden. Men probeert elke beschikbare bron van proteïne — hoe klein ook — op een zodanige manier te verwerken dat het voor de hongerige bevolking acceptabel is. De opmerking over het niet willen "spendeeren" van olie of boter benadrukt de extreme schaarste aan vetstoffen in die periode. Het toont ook aan dat zelfs in deze crisistijd de overheid overleg pleegde met instanties zoals het 'Bedrijfschap voor Visscherijproducten' om distributieproblemen op te lossen.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk schrijven dat een logistiek en economisch probleem aankaart binnen de visvoorziening in Amsterdam tijdens de laatste oorlogsmaanden.

  • De kern van het probleem: Visrokers (kleinhandelaren) zitten zonder werk omdat er geen aal (paling) meer beschikbaar is. Eerdere pogingen om hen te helpen door hen mosselen of spiering te laten verhandelen, zijn mislukt door onregelmatige aanvoer.
  • De huidige situatie: Er komt weer vis uit Scheveningen, maar dit betreft "schol IV", de kleinste sortering (ca. 15 cm). Deze vis is vers onverkoopbaar omdat er na het schoonmaken bijna niets van overblijft. In een tijd van extreme schaarste weigeren consumenten hun kostbare rantsoenen aan bakolie of boter te verspillen aan zulke kleine visjes.
  • De voorgestelde oplossing: Naar voorbeeld van Rotterdam en Den Haag wordt voorgesteld om deze kleine schol te roken. Een lokale proef met een Amsterdamse roker was succesvol. Gerookte schol wordt wel door de bevolking geaccepteerd als een smakelijk product dat geen extra vetstoffen vereist voor de bereiding.

Historische Context

De datum van de brief, 30 augustus 1944, is cruciaal. Dit is slechts enkele dagen voor "Dolle Dinsdag" (5 september 1944). Terwijl het zuiden van Nederland op het punt staat bevrijd te worden, kampt het bezette noorden met enorme voedseltekorten die de opmaat vormen naar de Hongerwinter.

Het document illustreert de uiterste inspanningen van de bureaucratie om de voedselvoorziening gaande te houden. Men probeert elke beschikbare bron van proteïne — hoe klein ook — op een zodanige manier te verwerken dat het voor de hongerige bevolking acceptabel is. De opmerking over het niet willen "spendeeren" van olie of boter benadrukt de extreme schaarste aan vetstoffen in die periode. Het toont ook aan dat zelfs in deze crisistijd de overheid overleg pleegde met instanties zoals het 'Bedrijfschap voor Visscherijproducten' om distributieproblemen op te lossen.

Gerelateerde Documenten 5