Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier, voorzien van ambtelijke stempels en annotaties.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift op gelinieerd papier, voorzien van ambtelijke stempels en annotaties. [Bovenaan de pagina]
No 46A/152/1 [Paars stempel:] M. 1944 27/7 26 - 7 - 44.
[Hoofdtekst]
Mijnheer.
Ondergeteekenden verzoeken beleefd
om elkaar vis te mogen aannemen
J. Hesfels
A. Zwaan.
J. Hesfels Commelinstr. 108 h.
A. Zwaan Fahrenheitstr. 82 h.
[Annotatie linksonder, in potlood]
Zie bestaand
[onleesbaar]
KM no 150
[Annotatie rechtsonder, in inkt]
Geen bezwaar
doch moet des
morgens aanwez.
zijn 31-7-44
[Handtekening, mogelijk 'de Heer' of 'Dekker']
[Rechtsonder in de marge]
Vf B * Onderwerp: Het document betreft een formeel verzoek van twee burgers om elkaars visrantsoenen in ontvangst te mogen nemen. In de zomer van 1944 was voedseldistributie strikt gereguleerd; men mocht doorgaans alleen voor het eigen huishouden rantsoenen ophalen, tenzij er schriftelijke toestemming was van de autoriteiten (bijv. het Distributiekantoor).
* Besluitvorming: Het verzoek is ingediend op 26 juli en geregistreerd op 27 juli. Op 31 juli 1944 is het goedgekeurd met de aantekening "Geen bezwaar".
* Restrictie: Aan de goedkeuring is een voorwaarde verbonden: de betrokkene moet "'s morgens aanwezig zijn". Dit impliceert dat de aanvrager een meldingsplicht of werkverplichting had (mogelijk gerelateerd aan de Arbeidseinsatz of een andere vorm van gedwongen tewerkstelling) die niet verzuimd mocht worden voor het ophalen van de vis.
* Codering: De afkorting KM in de kantlijn verwijst vermoedelijk naar 'Kontrole Melding' of een specifiek kaartsysteem voor distributie of arbeidscontrole. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de schaarste aan voedsel groot. Vis was een van de weinige producten die periodiek nog beschikbaar waren buiten de vaste vleesrantsoenen, maar de distributie hiervan leidde vaak tot lange wachtrijen. De adressen (Commelinstraat en Fahrenheitstraat) bevinden zich beide in Amsterdam-Oost. Dit type documenten illustreert hoe zelfs de kleinste aspecten van het dagelijks overleven in 1944 volledig waren onderworpen aan ambtelijke goedkeuring en controle. De nadruk op "aanwezig zijn" wijst op de toenemende druk van de bezetter op de Nederlandse mannelijke bevolking in de maanden vlak voor de spoorwegstaking en de Hongerwinter.