Archiefdocument
Origineel
De hoofdtekst en de kantlijn zijn gedateerd op 13 december 1944. Er wordt verwezen naar een schrijven van 31 oktober 1944. Hoofdtekst (blauwe inkt):
de partij te tellen.
Dit is pas op
Maandag d.v. bij de
levering gebeurd en
toen waren er 177 doozen.
dus 3 = 30 pond tekort.
Zeer waarschijnlijk zijn
deze reeds op Zaterdag
bij het uitladen ontvreemd.
In ieder geval kunnen
w Beij hiervoor niet
aansprakelijk stellen.
en zal deze alsnog 30
pond paling afgetrokken
moeten krijgen.
[Handtekening, mogelijk Struick of Struik]
13/12 '44
Kantlijn (rode inkt):
Aan Z.Ed. Heer Beunham, dat aan hem, naar
aanleiding van zijn schrijven van 31-10-1944,
f 48.60 op postgiro 246418 overgemaakt
is, alsmede voor paling maatschappij en
afwikkeling van de rest van zijne vordering.
13-12-44
[Initialen/notitie: det han]
Stempel:
13 DEC 1944 Het document betreft een administratieve afhandeling van een logistiek incident. Tijdens de controle van een partij paling bleken er drie dozen (totaal 30 pond) te ontbreken. Men concludeert dat de dozen waarschijnlijk op de zaterdag voorafgaand aan de telling, tijdens het uitladen, gestolen ("ontvreemd") zijn.
De beslissing wordt genomen om de heer Beij (in de kantlijn geïdentificeerd als Beunham) niet persoonlijk aansprakelijk te stellen voor de vermissing. Wel wordt het tekort boekhoudkundig verwerkt door de 30 pond van de levering af te trekken. De rode kantlijnnotitie bevestigt dat er een bedrag van f 48,60 is overgemaakt via postgiro om de vordering van de heer Beunham definitief af te wikkelen. De datum van 13 december 1944 plaatst dit document in het hart van de Hongerwinter in het nog bezette deel van Nederland. Voedsel was in deze periode extreem schaars en diefstal van transporten was aan de orde van de dag. Paling was een belangrijke voedselbron, maar ook een gewild product op de zwarte markt.
De trage afhandeling (er wordt in december gereageerd op een brief van eind oktober) illustreert de ontwrichting van het dagelijks leven en de communicatie in oorlogstijd. De formele toon en het gebruik van postgiro wijzen op een gevestigde handelsonderneming of een distributie-instantie die ondanks de oorlogsomstandigheden probeerde de administratie nauwkeurig bij te houden.