Handgeschreven bericht of memorandum op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven bericht of memorandum op gelinieerd papier. 18 juli 1944 (vermeld in tekst); onderaan mogelijk een aantekening van 5 augustus (5-8). Waarschijnlijk een medewerker van een betrokken bedrijf (mogelijk de maatschappij gevestigd aan de Papaverweg), ondertekend door W. v. Beus. [Koptekst/Adres]
Commissie v/d
Smeeroliën
Centr. Noord
Papaverweg
A'dan N.
[Inhoud]
Zoals U reeds tel.
werd medegedeeld, is
thans door de mij.
ontvangen de Ontheffing
v/h verbod tot aflevering
v/h Rijksbureau v Aard-
olieproducten
d.d. 18-7-44 No. 15863, -
betreffende vergunning
No. 43730 A. voor
12 Kg groep 9
1 " " 11
2 " " 13
1 " " 21
[Linksonder in rode en zwarte inkt]
48/31/1
W. v Beus.
[Rechtsonder]
7 5-8 * Administratieve context: Het document is een bevestiging van een telefonisch bericht. Het betreft een officiële "Ontheffing" van het "Rijksbureau voor Aardolieproducten" (RBAP). Dit bureau was tijdens de bezettingstijd verantwoordelijk voor de strikte distributie en rantsoenering van brandstoffen en smeermiddelen.
* Producten: Er wordt gesproken over specifieke hoeveelheden in kilogrammen, ingedeeld in "groepen" (9, 11, 13, 21). Deze groepen verwijzen naar de technische classificatie van verschillende soorten smeeroliën die destijds door de overheid werden gehanteerd.
* Locatie: De Papaverweg in Amsterdam-Noord was (en is deels nog steeds) een industrieel gebied. Grote oliemaatschappijen zoals Shell (destijds BPM) hadden hier hun faciliteiten, wat de context van de aanvraag verklaart.
* Kenmerken: De tekst bevat typische ambtelijke afkortingen uit die tijd, zoals "d.d." (de dato/gedateerd op), "v/h" (van het), en "mij." (waarschijnlijk afkorting voor 'maatschappij'). De rode cijfers links ("48/31/1") zijn vermoedelijk archief- of dossiernummers. Dit document stamt uit de zomer van 1944, een cruciale fase in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Na de invasie in Normandië (juni 1944) werd de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen nijpend. Alle aardolieproducten stonden onder streng toezicht van de Duitse bezetter via de Rijksbureaus. Voor elk verbruik, hoe klein ook (zoals de 1 kg in de lijst), was een officiële vergunning en een specifieke ontheffing van het algemene afleveringsverbod nodig om de industriële productie of essentiële diensten gaande te houden. Het feit dat dit via een handgeschreven briefje werd gecommuniceerd, duidt op een directe, operationele noodzaak binnen de lokale distributieketen in Amsterdam.