Archief 745
Inventaris 745-283
Pagina 174
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (kennisgeving/opzegging).

30 december 1928. Van: J. Ourhaan, gevestigd aan de Gr. Houtstraat 134 te Haarlem. Aan: Marktwezen, afdeling Waterlooplein, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (kennisgeving/opzegging). 30 december 1928. J. Ourhaan, gevestigd aan de Gr. Houtstraat 134 te Haarlem. Marktwezen, afdeling Waterlooplein, Amsterdam. Haarlem 30 December 1928

Marktwezen
afd Waterlooplein Amsterdam
M.H.
Met deze bericht ik U dat ik van
af 1 Januari 1929 geen gebruik meer
wenst te maken van mijn vaste
plaats op het Waterlooplein
Het geld dat ik nog schuldig ben zal
ik U in de loop dezer week doen
toe komen Hoogachtend
J Ourhaan Haarlem
Gr. Houtstr 134 * Inhoud: De schrijver, J. Ourhaan, laat de marktmeester (Marktwezen) weten dat hij per 1 januari 1929 stopt met zijn vaste standplaats op het Waterlooplein in Amsterdam. Tevens geeft hij aan dat de nog openstaande schuld (waarschijnlijk aan stageld of vergunningskosten) binnen een week zal worden voldaan.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in zakelijk, enigszins formeel Nederlands dat kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw (bijv. "M.H." voor Mijne Heeren; "dezer week").
* Handschrift: Het betreft een vlot en goed leesbaar cursief handschrift. De cijfers in de jaartallen en het adres zijn duidelijk genoteerd. Het Waterlooplein in Amsterdam was in de jaren twintig van de vorige eeuw een centrale en drukbezochte dagmarkt, destijds nog sterk verbonden met de Joodse buurt. Handelaren kwamen vaak van buiten de stad, zoals in dit geval uit Haarlem. De afdeling 'Marktwezen' was verantwoordelijk voor de administratie, het toewijzen van de plekken en het innen van de gelden. Dit document vormt een administratief bewijs van de beëindiging van een pachtovereenkomst voor een marktkraam of standplaats.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, J. Ourhaan, laat de marktmeester (Marktwezen) weten dat hij per 1 januari 1929 stopt met zijn vaste standplaats op het Waterlooplein in Amsterdam. Tevens geeft hij aan dat de nog openstaande schuld (waarschijnlijk aan stageld of vergunningskosten) binnen een week zal worden voldaan.
  • Taalgebruik: De brief is geschreven in zakelijk, enigszins formeel Nederlands dat kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw (bijv. "M.H." voor Mijne Heeren; "dezer week").
  • Handschrift: Het betreft een vlot en goed leesbaar cursief handschrift. De cijfers in de jaartallen en het adres zijn duidelijk genoteerd.

Historische Context

Het Waterlooplein in Amsterdam was in de jaren twintig van de vorige eeuw een centrale en drukbezochte dagmarkt, destijds nog sterk verbonden met de Joodse buurt. Handelaren kwamen vaak van buiten de stad, zoals in dit geval uit Haarlem. De afdeling 'Marktwezen' was verantwoordelijk voor de administratie, het toewijzen van de plekken en het innen van de gelden. Dit document vormt een administratief bewijs van de beëindiging van een pachtovereenkomst voor een marktkraam of standplaats.

Kooplieden in dit dossier 10