Brief (officiële correspondentie)
Origineel
Brief (officiële correspondentie) 13 februari 1939 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst) VP/HG. Extra [handgeschreven]
30/7/3 M.
13 Februari 1939.
den Heer J. Büschel,
Nwe. Keizersgracht 69 inw.,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 Januari jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek om zich op Uw plaats op de markt Waterlooplein te mogen laten assisteren door Uw compagnon H. Rabinawitz, niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur, De brief is een korte, zakelijke afwijzing van een officieel verzoek. De geadresseerde, de heer J. Büschel, had gevraagd of hij zich op zijn marktplaats op het Waterlooplein mocht laten bijstaan door zijn partner (compagnon), de heer H. Rabinawitz. De directeur van de betreffende instantie laat weten dat dit verzoek niet wordt ingewilligd. De reden voor de afwijzing wordt niet vermeld, wat getuigt van een zeer formele en autoritaire bestuursstijl. Opvallend is het onderstreepte woord "niet", wat de definitieve aard van het besluit benadrukt. Het adres bevat de toevoeging "inw." (inwonend), wat duidt op een kamerhuurder of onderhuurder. De brief is gedateerd op 13 februari 1939, anderhalf jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locaties (Nieuwe Keizersgracht en Waterlooplein) bevinden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Ook de namen Büschel en Rabinawitz duiden op een Joodse achtergrond. In deze periode waren marktvergunningen streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam. Hoewel er in 1939 formeel nog geen anti-Joodse wetgeving van kracht was, laat dit document de strikte bureaucratische controle zien waaraan kleine zelfstandigen op de markt onderworpen waren. Dit soort documenten wordt vaak teruggevonden in dossiers over marktwezen of in archieven die betrekking hebben op de Joodse geschiedenis van de stad. H. Rabinawitz M. Bovenaan Gemeente Amsterdam Marktwezen