Dienstbrief / Interne memo.
Origineel
Dienstbrief / Interne memo. 31 mei 1920. De Wethouder voor de Levensmiddelen (getekend: S.R. de Miranda). Den Heer Wethouder voor de Financiën (Amsterdam). [Stempel linksboven:]
GEMEENTE SECRETARIE
LEVENSMIDDELEN
392
[Rechtsboven:]
N$\underline{o}$ 1212 M. 1920. $\underline{2/4}$
31 Mei 20
C A P
Naar aanleiding van Uw apostille dd. 30
April 1920 F.1185 betreffende de Gemeentelyke
Centrale Keuken, bericht ik U van den liquida-
teur bericht te hebben ontvangen, dat de factu-
ren 1917 vermoedelyk met oud papier zyn verwy-
derd. De gegevens zyn echter alle in de boeken
te vinden.
Ik ontving voorts een staat van verkochte
artikelen, welken ik den Directeur van het Markt-
wezen toezond. Binnenkort zal ik U meedeelen op
welk bedrag de inventaris der Keuken thans glo-
baal wordt geschat.
Gaarne zou ik zeer spoedig van U vernemen
of ik thans aan Burgemeester en Wethouders kan
voorstellen den liquidateur te dechargeeren. Het
lykt my onwenschelyk dit langer uit te stellen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
[Getypt:] Get. de Miranda.
den Heer Wethouder
voor de Financiën. * Kernboodschap: De brief betreft de afwikkeling (liquidatie) van de Gemeentelijke Centrale Keuken. De Wethouder voor de Levensmiddelen informeert zijn collega van Financiën over de voortgang en vraagt toestemming om de liquidateur 'decharge' te verlenen (hem te ontslaan van zijn financiële verantwoordelijkheid).
* Bijzonderheden: Er is sprake van een administratieve onregelmatigheid: facturen uit 1917 zijn waarschijnlijk per ongeluk als oud papier weggegooid. Volgens de wethouder is dit geen probleem, omdat de gegevens nog in de kasboeken terug te vinden zijn.
* Stijl en Spelling: Het document hanteert de toenmalige ambtelijke spelling (bijv. 'Gemeentelyke', 'zyn', 'verwyderd') waarbij de 'y' consequent wordt gebruikt in plaats van de 'ij'. De toon is zakelijk maar enigszins aandringend wat betreft de snelheid van afhandeling. Dit document stamt uit de periode direct na de Eerste Wereldoorlog. De Gemeentelijke Centrale Keukens (GCK) werden tijdens de oorlogsjaren (1914-1918) in steden als Amsterdam opgericht om de bevolking van goedkope, voedzame maaltijden te voorzien in tijden van voedselschaarste en distributie.
In 1920, wanneer deze brief is geschreven, was de noodsituatie voorbij en werden deze noodorganisaties geliquideerd. De afzender, Monne de Miranda (S.R. de Miranda), was een bekende SDAP-wethouder in Amsterdam die een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening en volkshuisvesting. De brief illustreert de bureaucratische nasleep van oorlogstijd-maatregelen en de overgang naar een normale economische situatie. De genoemde "liquidateur" is de persoon die aangesteld was om de bezittingen van de keuken te verkopen en de administratie te sluiten. S.R. de Miranda Centrale Keuken